ECLI:NL:GHAMS:2022:1907

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 mei 2022
Publicatiedatum
1 juli 2022
Zaaknummer
200.299.114/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling maximumbedrag voor onderzoek Ondernemingskamer C.O.W. c.s.

De Ondernemingskamer heeft in deze zaak een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van C.O.W. c.s. over de periode van 1 januari 2019 tot 4 november 2021. Mr. P.M. Gunning is benoemd als onderzoeker om dit onderzoek uit te voeren.

De onderzoeker heeft op 11 mei 2022 een plan van aanpak met een begroting van de kosten ingediend, waarin hij uiteenzet welke werkzaamheden hij zal verrichten en binnen welk tijdsbestek. De kosten werden geraamd op €25.000 exclusief btw. Partijen hebben zich in grote lijnen kunnen vinden in dit plan en hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting.

Na ontvangst van reacties van de advocaten van de betrokken partijen heeft de Ondernemingskamer geoordeeld dat de begroting niet onredelijk is en heeft zij het maximumbedrag voor het onderzoek vastgesteld op €25.000 exclusief btw. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 25 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het maximumbedrag voor het onderzoek wordt vastgesteld op €25.000 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.299.114/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 25 mei 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. T.J. Teggelaar, kantoorhoudende te Nijmegen,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
C.O.W. VASTGOED EN MATERIALEN B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DUIKBEDRIJF C.O.W. B.V.,
beide gevestigd te Nieuwegein,
VERWEERSTERS,
advocaten:
mrs. R.J.W. Analbersen
C.M. Tjoa, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B & L DUIKBEDRIJF B.V.,
gevestigd te Den Haag,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. F.J.H. Krumpelman, kantoorhoudende te Rotterdam.
Hierna zullen verweersters 1 en 2 tezamen als COW c.s. worden aangeduid.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 21 en 25 januari 2022 en 28 maart 2022 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikkingen van 21 en 25 januari 2022 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van COW c.s. over de periode vanaf 1 januari 2019 tot 4 november 2021 zoals omschreven in rechtsoverweging 3.12 van de beschikking van 21 januari 2022, mr. P.M. Gunning te Arnhem (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden.
1.3
De onderzoeker heeft bij e-mail van 11 mei 2022 een plan van aanpak van het onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd. In het plan van aanpak heeft hij uiteengezet op welke wijze en binnen welk tijdsbestek hij voornemens is het aan hem opgedragen onderzoek uit te voeren. In het plan van aanpak staat dat partijen de onderzoeker hebben laten weten zich in grote lijnen in de inhoud ervan te kunnen vinden. In het plan van aanpak is een begroting vervat van de kosten die naar verwachting in verband met het onderzoek zullen worden gemaakt. Deze kosten bedragen in totaal € 25.000 exclusief btw.
1.4
Na partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich uit te laten over de begroting van de onderzoeker, heeft de Ondernemingskamer op 13 mei 2022 e-mailberichten ontvangen van mrs. Teggelaar, Analbers en Krumpelman namens hun onderscheidenlijke cliënten. Allen refereren zij zich aan het oordeel van de Ondernemingskamer over het vast te stellen onderzoeksbudget.

2.De gronden van de beslissing

De onderzoeker heeft in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting door hem in verband met het onderzoek zullen moeten worden verricht en welk tijdschema hem daarbij voor ogen staat. Geen van partijen heeft enig bezwaar tegen de begroting naar voren gebracht. De begroting komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor, zodat zij het onderzoeksbudget op basis daarvan zal vaststellen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. C.C. Meijer, raadsheren, en drs. V.G. Moolenaar, prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2022.