ECLI:NL:GHAMS:2022:1938

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 juni 2022
Publicatiedatum
4 juli 2022
Zaaknummer
23-000167-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid geweldsincident Zeedijk Amsterdam

Op 22 juli 2016 vond op de Zeedijk te Amsterdam een vechtpartij plaats tussen meerdere personen, waaronder de verdachte en twee benadeelden. De verdachte werd beschuldigd van het plegen van geweld met mogelijk zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs onderzocht, waaronder verklaringen van betrokkenen en getuigen.

Het hof constateerde dat enkel op basis van verklaringen van een medeverdachte niet kon worden vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk bij het geweld betrokken was of een wezenlijke bijdrage had geleverd. Ook andere stukken en het verhandelde ter terechtzitting boden geen overtuigend bewijs van schuld.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij geweld tegen twee slachtoffers.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000167-21
datum uitspraak: 30 juni 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-659014-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1991,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 juni 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw en (de advocaten van) de benadeelde partijen naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 22 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde 1] van het leven te beroven, met dat opzet
- die (op de grond liggende) [benadeelde 1] tegen het hoofd/gezicht en/of lichaam heeft getrapt/geschopt en/of
- die [benadeelde 1] met een scherp en/of hard voorwerp op/tegen het hoofd/gezicht en/of lichaam heeft geslagen;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 22 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder meer) een (onherstelbare) oogbeschadiging (blindheid aan één oog), althans enig ander zwaar lichamelijk letsel, heeft toegebracht, door met dat opzet die [benadeelde 1] op/tegen het oog / gezicht te schoppen en/of die [benadeelde 1] met een scherp en/of hard voorwerp op/tegen het oog/gezicht te slaan;
1. meer subsidiair
hij op of omstreeks 22 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats en/of op of aan de openbare weg (de Zeedijk), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde 1], door die [benadeelde 1] tegen het hoofd/gezicht en/of lichaam te trappen / schoppen en/of die [benadeelde 1] met een scherp en/of hard voorwerp op/tegen het hoofd/gezicht en/of lichaam te slaan, ten gevolge waarvan die [benadeelde 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten een (onherstelbare) oogbeschadiging (blindheid aan één oog), althans enig ander lichamelijk letsel heeft bekomen;
2.
hij op of omstreeks 22 juli 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats en/of op of aan de openbare weg (de Zeedijk), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde 2], door die [benadeelde 2] met een scherp en/of hard voorwerp tegen de schouder en/of het lichaam te slaan en/of met gebalde vuist in het gezicht te slaan en/of die (op de grond liggende) [benadeelde 2] tegen het hoofd en/of lichaam te trappen / schoppen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere overwegingen komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Op 22 juli 2016 bevinden de verdachte, [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zich in het café [café] aan de Zeedijk te Amsterdam. Omstreeks 03.28 uur is in de rokersruimte van het café een opstootje ontstaan tussen [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1]) en [benadeelde 1]. Verschillende omstanders, onder wie [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2]), proberen [medeverdachte 1] en [benadeelde 1] uit elkaar te halen en te houden. [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hebben na het opstootje het café verlaten. [medeverdachte 2] heeft hen op enig moment buiten voor het café zien staan, waarbij hij het idee had dat zij [medeverdachte 1] stonden op te wachten. Direct nadat [medeverdachte 2] dit aan [medeverdachte 1] kenbaar had gemaakt, is [medeverdachte 1] naar buiten gesneld, in de richting van [benadeelde 1] en [benadeelde 2]. [medeverdachte 2] is achter [medeverdachte 1] aangegaan.
Vervolgens vindt buiten het café, op de Zeedijk ter hoogte van de Stormsteeg, een vechtpartij plaats. Vastgesteld kan worden dat op dat moment in ieder geval [benadeelde 1], [benadeelde 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] buiten in gevecht zijn. Op een gegeven moment bevindt ook [medeverdachte 3] (verder: [medeverdachte 3]) zich bij voornoemde personen.
De ter plaatse gekomen politieambtenaren constateren dat [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en een onbekend gebleven persoon met versnelde pas weglopen van [benadeelde 1], die op dat moment met diverse verwondingen op de grond ligt. [medeverdachte 3] probeert daarbij een fietsenstandaard, die hij in zijn rechterhand draagt, te verhullen.
Mede op basis van de verklaringen van [medeverdachte 2] kan worden vastgesteld dat [benadeelde 1], [benadeelde 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich buiten nabij het café [café] bevonden. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij
“met zijn vieren stonden”en dat hij [medeverdachte 3] en [verdachte] op een later tijdstip buiten zag staan. Enkel op grond van voornoemde verklaring kan niet worden vastgesteld dat [verdachte] zich daadwerkelijk buiten bij de vechtpartij bevond, laat staan daarbij betrokken was en een wezenlijke bijdrage aan het geweld jegens [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft geleverd. Ook uit overige stukken uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt van een significante bijdrage van de verdachte niet.
Naar het oordeel van het hof is aldus niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 24.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 22.200,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. H.A.G. Nijman en mr. W.S. Ludwig, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 juni 2022.
mr. H.A. van Eijk en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]