ECLI:NL:GHAMS:2022:1982
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming erkenning minderjarige wegens belangen moeder en kind
De vader heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die zijn verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning van zijn minderjarige kind heeft afgewezen. De moeder oefent het gezag uit en de vader had eerder omgang met het kind, maar sinds 2018 is er sprake van een conflict na aangifte van mishandeling door de moeder. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming hebben onderzoek gedaan en geadviseerd het verzoek af te wijzen vanwege de angst en stress die de moeder ervaart.
Tijdens de zitting in hoger beroep werd bevestigd dat de vader positieve stappen heeft gezet, zoals het volgen van gesprekken bij De Waag en met een psycholoog, en dat hij goed meewerkt aan hulpverlening. Desondanks is het hof van oordeel dat de belangen van de moeder en het kind zwaarder wegen dan het belang van de vader bij erkenning. De moeder kampt met een trauma en de erkenning kan haar psychische toestand zodanig destabiliseren dat zij niet in staat is een stabiel opvoedingsklimaat te bieden.
Het hof benadrukt het belang van professionele hulp voor de moeder en het naleven van de informatieplicht. De moeder moet worden geholpen om haar trauma te verwerken en haar draagkracht te vergroten. Het verzoek van de vader wordt afgewezen omdat erkenning op dit moment een reëel risico vormt voor de ongestoorde verhouding tussen moeder en kind en de emotionele ontwikkeling van het kind. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om vervangende toestemming voor erkenning van zijn minderjarige kind wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.