Op 19 november 2019 bezocht verdachte de Cannabis Museum Shop in Amsterdam en dreigde terug te komen om om 20:00 uur al het geld op te eisen. De medewerkers voelden zich hierdoor bedreigd en belden de politie en hun manager. Toen verdachte daadwerkelijk terugkeerde, dwong hij hen door zijn gedrag en woorden tot afgifte van het geldbedrag.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de primaire tenlastelegging, maar het hof kwam tot een andere conclusie en verklaarde subsidiair bewezen dat verdachte door feitelijkheden en dreiging de medewerkers wederrechtelijk heeft gedwongen tot afgifte van geld. De verklaring van verdachte dat het geld vrijwillig werd gegeven, werd door het hof niet geloofd.
Het hof legde een gevangenisstraf van 4 maanden op, lager dan de gevorderde 10 maanden, omdat er geen sprake was van fysiek geweld. Tevens werden eerdere voorwaardelijke straffen deels tenuitvoer gelegd. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde maar veroordeelde hem voor het subsidiair bewezenverklaarde.