ECLI:NL:GHAMS:2022:212
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige kinderen in belang van verzorging en opvoeding
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar drie minderjarige kinderen had verleend. De moeder verzocht om verkorting of afwijzing van de machtiging, stellende dat de uithuisplaatsing onnodig en schadelijk is en dat de kinderen onvoldoende bij het proces zijn betrokken.
De raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling voerden aan dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is vanwege langdurige tekortkomingen in de zorg en opvoeding, wat heeft geleid tot gedragsproblemen en ontwikkelingsachterstanden bij de kinderen. De kinderen verblijven in pleeggezinnen en een jeugdhulpaccommodatie, waar zij positieve ontwikkelingen doormaken.
Het hof oordeelde dat de participatie van de minderjarigen voldoende was en dat de wettelijke criteria voor uithuisplaatsing waren vervuld. De moeder kon onvoldoende aantonen dat minder ingrijpende maatregelen toereikend zouden zijn. Gezien de ernst van de situatie en de hulpverleningsgeschiedenis werd de machtiging voor de duur van een jaar bekrachtigd, waarmee het belang van de kinderen voorop staat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de drie kinderen voor de duur van een jaar.