In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland vernietigd en een nieuwe bewezenverklaring vastgesteld. De verdachte werd vrijgesproken van de zwaardere tenlasteleggingen van opzettelijk zwaar lichamelijk letsel en verkrachting wegens onvoldoende bewijs en onbetrouwbare verklaringen van het slachtoffer.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte zijn echtgenote heeft mishandeld door haar nek en hals vast te pakken en dicht te duwen, met gebalde vuisten in het gezicht te slaan en een poging tot zware mishandeling met hete vloeistof heeft gepleegd. De strafbaarheid van deze feiten werd bevestigd.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden met aftrek van voorarrest en ter beschikking gesteld voor TBS met dwangverpleging. Dit vanwege zijn matig ernstige verstandelijke ontwikkelingsstoornis, ernstige cannabisstoornis, persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, en het hoge recidiverisico. Het hof vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en achtte TBS met dwangverpleging noodzakelijk voor de bescherming van de maatschappij.
De maatregel TBS met dwangverpleging werd opgelegd omdat de verdachte zich niet hield aan voorwaarden van eerdere TBS met voorwaarden en de problematiek ernstig en complex is. De verdachte werd vrijgesproken van de beschuldigingen van verkrachting en andere zwaardere mishandelingen wegens onvoldoende en tegenstrijdig bewijs.