ECLI:NL:GHAMS:2022:2167

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 juli 2022
Publicatiedatum
22 juli 2022
Zaaknummer
23-004383-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking

In deze strafzaak was tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland hoger beroep ingesteld door de verdachte. Tijdens de terechtzitting van het gerechtshof Amsterdam op 6 juli 2022 gaf de raadsman aan dat de verdachte zijn hoger beroep wilde intrekken.

Het hof overwoog dat intrekking van het hoger beroep niet mogelijk is indien het onderzoek ter terechtzitting reeds is aangevangen. Gezien de mededeling van de raadsman concludeerde het hof dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven.

Daarnaast bleek er geen ander rechtens te respecteren belang dat een onderzoek in hoger beroep zou rechtvaardigen. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, overeenkomstig artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 juli 2022, waarbij één raadsheer wegens verhindering niet medeondertekende.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004383-19
datum uitspraak: 6 juli 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 19 november 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-115795-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats],
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juli 2022.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van het standpunt van de raadsman van de verdachte en de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De raadsman heeft ter terechtzitting van 6 juli 2022 meegedeeld dat de verdachte het door hem ingestelde hoger beroep wil intrekken. Intrekking van het hoger beroep is evenwel niet mogelijk, indien het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op een eerdere terechtzitting is aangevangen. Het hof leidt uit de mededeling van de raadsman echter af dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, analoog aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. M.F.J.M. de Werd, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 juli 2022.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.