ECLI:NL:GHAMS:2022:2218

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 juli 2022
Publicatiedatum
27 juli 2022
Zaaknummer
23-000711-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 175 GemeentewetArt. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs opzettelijk niet voldoen aan noodbevel in noodgebied

De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk niet voldoen aan een bevel om zich te verwijderen uit een noodgebied in Den Haag op 15 augustus 2020, krachtens artikel 175 van Pro de Gemeentewet. Het noodbevel was uitgevaardigd door de burgemeester vanwege verstoringen van de openbare orde.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat verdachte zich wel in het gebied bevond en het noodbevel heeft gehoord, maar dat niet is gebleken dat hij zich manifesteerde als iemand die wilde deelnemen aan ordeverstoringen. De verklaringen van de verbalisant waren vaag en onvoldoende concreet om deelname aan verstoringen aan te tonen.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis en de strafbeschikking en sprak verdachte vrij omdat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Hiermee bevestigde het hof dat het noodbevel niet tegen verdachte was gericht en hij zich dus niet hoefde te verwijderen uit het gebied.

De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke en overtuigende bewijzen bij het opleggen van strafrechtelijke sancties in situaties van noodbevelen en openbare ordeverstoring.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen is dat hij zich manifesteerde als deelnemer aan ordeverstoringen en het noodbevel op hem van toepassing was.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000711-22
datum uitspraak: 25 juli 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 13 januari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 09-207808-20 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboortedatum],
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
11 juli 2022.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 15 augustus 2020 te ’s-Gravenhage,
opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens (een noodbevel van de burgemeester van de gemeente ’s-Gravenhage ex) artikel 175 van Pro de Gemeentewet, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, gedaan via de speaker van het Mobiele Eenheid voertuig,
door een of meer ambtena(a)r(en), te weten [ambtenaar 1] en/of [ambtenaar 2],
die ambtena(a)r(en), was/waren belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was/waren belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten,
immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat via de speaker was bevolen, althans was gevorderd zich te verwijderen uit het noodgebied, waaronder de straat de [noodgebied], geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Het hof is met de advocaat-generaal en raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Op 14 augustus 2020 heeft de burgemeester van Den Haag, op grond van artikel 175 van Pro de Gemeentewet, voor zover relevant, het volgende bevolen: “
Eenieder die zich bevindt in het gebied omgeven door (…) en zich door kleding, uitrusting, meegevoerde voorwerpen, uitingen of gedragingen of op basis van bij de politie beschikbare informatie manifesteert als een persoon die in dit gebied deel wil nemen aan verstoringen van de openbare orde dient zich uit dit gebied te verwijderen en daarvan verwijderd te houden”. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is het hof weliswaar gebleken dat de verdachte zich op 15 augustus 2020 in het bewuste gebied in Den Haag bevond en dat hij het noodbevel moet hebben gehoord, maar niet is gebleken dat hij zich toen en daar heeft gemanifesteerd als een persoon die deel wilde nemen aan verstoringen van de openbare orde. In het proces-verbaal van aanhouding van de verdachte van 15 augustus 2020 heeft verbalisant [verbalisant] enkel geverbaliseerd dat hij hoorde dat er “wat” en “iets” vanuit een auto werd geroepen maar dat hij niet kon horen wat dit was. Het hof is van oordeel dat dergelijke bewoordingen te vaag zijn om te kunnen spreken van deelname aan verstoringen van de openbare orde en bovendien is niet duidelijk, áls deze woorden al als zodanig zouden kunnen worden gekwalificeerd, dat deze door de verdachte zijn uitgesproken. Het gevolg hiervan is dat het noodbevel niet tegen de verdachte was gericht en hij zich aldus niet uit het gebied, waar hij zich bevond, diende te verwijderen en verwijderd te houden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 8 oktober 2020 onder CJIB nummer
6132 5420 0406 0342.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. P. Greve en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 juli 2022.
mr. P. Greve en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]
.