ECLI:NL:GHAMS:2022:2275

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 april 2022
Publicatiedatum
2 augustus 2022
Zaaknummer
23-001078-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking van bezwaren

In deze strafzaak is door verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 6 april 2022 heeft de verdediging namens verdachte aangegeven het hoger beroep niet te willen voortzetten en de oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer te handhaven.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkheid van verdachte in hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Gezien het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij nadere behandeling van de zaak, heeft het hof besloten verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 april 2022, waarmee het hoger beroep van verdachte wordt beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de oorspronkelijke bezwaren.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van de bezwaren.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001078-21
datum uitspraak: 6 april 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 april 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-041291-21 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1983,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 april 2022.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in zijn hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en van het standpunt van de verdediging.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Namens de verdediging is ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil doorzetten en de oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Nu het hof, gehoord de advocaat-generaal, ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, zal de verdachte gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. S.M. Milani, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 april 2022.