ECLI:NL:GHAMS:2022:2323
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in belang verzorging en opvoeding
De moeder van de minderjarige [kind] kwam in hoger beroep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing die door de kinderrechter was verleend. De minderjarige was sinds juli 2021 uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over zijn thuissituatie en opvoeding.
De moeder stelde dat zij zelf in staat was voor [kind] te zorgen en dat de noodzakelijke hulpverlening binnen de ondertoezichtstelling kon plaatsvinden. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming voerden aan dat de zorgen over de emotionele beschikbaarheid en opvoedvaardigheden van de moeder nog niet waren weggenomen. Ook was het psychologisch onderzoek naar de moeder nog niet afgerond, mede door wisseling van GI’s en lange wachttijden.
Het hof oordeelde dat de gronden voor uithuisplaatsing ook gedurende de bestreden periode nog aanwezig waren en dat de machtiging terecht was verlengd. De uithuisplaatsing was noodzakelijk voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kinderrechter en gaf de moeder in overweging onvoorwaardelijk mee te werken aan het lopende onderzoek.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige is terecht verlengd tot 26 mei 2022.