Uitspraak
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Amsterdam
De gerechtsdeurwaarder diende op 25 oktober 2021 een beroepschrift in tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders van 21 september 2021, waarin een berisping en kosten werden opgelegd. Het hof stelde vast dat het beroepschrift te laat was ingediend, aangezien de beroepstermijn op 22 oktober 2021 eindigde.
De gerechtsdeurwaarder voerde aan dat het beroepschrift tijdig was verstuurd per aangetekende post op 21 oktober 2021, maar het hof oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheid vormde die de termijnoverschrijding kon rechtvaardigen. De gerechtsdeurwaarder had het risico genomen dat het beroepschrift te laat zou aankomen en had alternatieve maatregelen kunnen treffen om tijdige ontvangst te waarborgen.
Daarnaast was de gerechtsdeurwaarder in afwachting van een beslissing op zijn verzoek tot ambtshalve herziening, maar ook dit vormde geen verschoonbare reden voor de overschrijding. Het hof benadrukte het belang van strikte naleving van beroepstermijnen en verklaarde het hoger beroep van de gerechtsdeurwaarder niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart de gerechtsdeurwaarder niet-ontvankelijk wegens te laat indienen van het beroepschrift.