ECLI:NL:GHAMS:2022:2372
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder in belang van kind
Het geschil betreft het gezamenlijk gezag over een minderjarige geboren in 2009 in Colombia, erkend door de vader en moeder, die beiden verschillende nationaliteiten bezitten. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend, met als hoofdverblijfplaats de moeder. De vader is tegen deze beschikking in hoger beroep gekomen.
De ouders hebben een langdurige moeizame verstandhouding met ernstige communicatieproblemen, waarbij de vader weigert in het Spaans te communiceren met de moeder en hulpverleners, wat de samenwerking bemoeilijkt. De minderjarige heeft onder toezicht gestaan van Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) vanwege de spanningen en conflicten tussen de ouders, waarbij ook sprake was van suïcidale gedachten bij het kind.
JBRA heeft hulpverlening ingezet en het contact tussen de vader en het kind was lange tijd verbroken. De moeder heeft het eenhoofdig gezag gekregen, wat het kind meer rust en duidelijkheid heeft gebracht. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert eveneens het gezamenlijk gezag te beëindigen wegens het ontbreken van voldoende communicatie en samenwerking tussen de ouders.
Het hof oordeelt dat de communicatie tussen de ouders onvoldoende is om gezamenlijk gezag uit te oefenen en dat verbetering binnen afzienbare tijd niet te verwachten is. Daarom is wijziging van het gezag noodzakelijk in het belang van het kind. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en verzoekt om registratie hiervan in het gezagsregister.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder in het belang van het kind.