ECLI:NL:GHAMS:2022:2375
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en wijziging naar eenhoofdig gezag in belang van kinderen
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 6 december 2021, waarin het gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen werd beëindigd en aan de moeder eenhoofdig gezag werd toegekend.
De ouders zijn sinds 2015 gescheiden en oefenen sinds die tijd gezamenlijk gezag uit. De kinderen verblijven bij de moeder. De vader wenst het gezamenlijk gezag te behouden en betwist dat de kinderen klem en verloren raken. De moeder stelt dat de kinderen door de moeizame communicatie en spanningen tussen de ouders lijden en dat het gezamenlijk gezag moet worden beëindigd.
JBRA en de Raad voor de Kinderbescherming bevestigen dat de communicatie tussen de ouders ernstig tekortschiet en dat de kinderen hierdoor emotioneel belast worden. Ondanks langdurige hulpverlening is geen verbetering opgetreden. De vader werkt niet mee aan noodzakelijke hulpverlening en vertoont problematisch gedrag tijdens omgangsmomenten.
Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is, omdat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat zij klem en verloren raken. De communicatie tussen de ouders is onvoldoende en verbetering is niet te verwachten. De wijziging naar eenhoofdig gezag bij de moeder is noodzakelijk om rust en voorspelbaarheid voor de kinderen te waarborgen.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en verzoekt om registratie van deze wijziging in het gezagsregister.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijzigt het gezag naar eenhoofdig gezag bij de moeder in het belang van de kinderen.