ECLI:NL:GHAMS:2022:2423
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake compensatie en gebruik ongebruikte vliegtickets bij vermeende instapweigering
In deze civiele zaak gaat het om een hoger beroep van appellant tegen China Eastern Airlines over een reeks geboekte vluchten in 2017. Appellant stelt dat hij voor twee vluchten is geweigerd en vordert dat hij de ongebruikte coupons alsnog kan gebruiken en compensatie ontvangt wegens instapweigering. China Eastern betwist de instapweigering en stelt dat appellant een no show was, maar de coupons tegen betaling van wijzigingskosten en tariefverschil kan gebruiken.
De kantonrechter wees de vorderingen af, waarna appellant hoger beroep instelde. Het hof neemt de feiten van de kantonrechter over, waaronder de boeking van meerdere vluchten en de toepasselijke bijzondere voorwaarden die bij omboeken het tariefverschil laten bijbetalen. Appellant voert twee grieven aan: onvoldoende bewijs van instapweigering en onduidelijkheid over de toepasselijkheid van wijzigingskosten en tariefverschil.
Het hof oordeelt dat appellant onvoldoende feiten heeft gesteld om de instapweigering aannemelijk te maken en wijzigt de bewijslast niet. Daarnaast onderzoekt het hof ambtshalve of het beding over wijzigingskosten en tariefverschil een oneerlijk beding is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG. Het hof gelast daarom een mondelinge behandeling om dit geschilpunt nader te bespreken en stelt partijen in de gelegenheid aanvullende stukken in te dienen.
De zaak wordt aangehouden voor de mondelinge behandeling, waarbij partijen hun standpunten over het beding en de instapweigering kunnen toelichten. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 23 augustus 2022.
Uitkomst: Het hof gelast een mondelinge behandeling over het oneerlijke beding en houdt verdere beslissing aan.