Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant] ,
[appellante],
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten zijn sinds 1996 eigenaar van een woning met een tuin en een ponyweide. De gemeente startte in 2016 een bodemsaneringsproject gericht op tuinen met te hoge loodconcentraties. Na bodemonderzoek bleek de ponyweide vervuild, maar de gemeente sloot de ponyweide uit van sanering en beperkte de overeenkomst tot de tuin.
Appellanten vorderden dat ook de ponyweide gesaneerd zou worden en dat de gemeente de herstelkosten zou vergoeden. De voorzieningenrechter wees dit af, stellende dat de ponyweide niet onder het saneringsbeleid valt vanwege een wezenlijk functieverschil met de tuin en het gemeentelijk budget.
Het hof oordeelde dat appellanten niet gerechtvaardigd mochten vertrouwen op een toezegging dat de ponyweide zou worden gesaneerd. Het begrip tuin in het beleid wordt in normaal spraakgebruik beperkt tot siertuin of moestuin, niet een ponyweide. De gemeente heeft beleidsmatig en redelijk gekozen voor sanering van tuinen vanwege het grootste gezondheidsrisico en beperkte budget.
Appellanten konden onvoldoende aantonen dat hun situatie een uitzondering rechtvaardigt. De persoonlijke omstandigheden en de vervuiling van de ponyweide zijn onvoldoende om het beleid te doorbreken. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellanten in de kosten.
Uitkomst: De vordering tot sanering van de ponyweide wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd.