ECLI:NL:GHAMS:2022:2438

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 augustus 2022
Publicatiedatum
22 augustus 2022
Zaaknummer
23-004181-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontneming wegens vrijspraak hennepteelt en diefstal

In deze zaak stond de betrokkene terecht voor hennepteelt en diefstal van water en elektriciteit. De politierechter veroordeelde hem in eerste aanleg en legde een betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op.

De betrokkene ging in hoger beroep tegen zowel de strafvonnissen als de ontnemingsvordering. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 16 augustus 2022 de betrokkene vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

Als gevolg van deze vrijspraak vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en wees de vordering tot ontneming af, omdat deze onlosmakelijk verbonden was met de strafzaak. Hiermee komt een einde aan de betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitkomst: Betrokkene is vrijgesproken en de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is afgewezen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004181-19
datum uitspraak: 16 augustus 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 november 2019 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer
15-008099-18 tegen de betrokkene
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1983,
adres: [adres01] , [postcode01] [plaats01] .

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van € 39.172,29 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 november 2019 -kort gezegd- veroordeeld ter zake van hennepteelt en diefstal van water en elektriciteit.
Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 1 november 2019 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van € 5.419,33 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
Het openbaar ministerie heeft in hoger beroep opnieuw gevorderd dat aan de betrokkene een betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden opgelegd, geschat tot een bedrag van € 39.172,29.
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 augustus 2022 vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
van 2 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het
Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsman mr. B.K. Hummen, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
Afwijzing ontnemingsvordering
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof in de strafzaak de betrokkene heeft vrijgesproken.
Dit brengt mee dat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst af de vordering strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel voor zover verband houdende met de strafzaak met parketnummer 23-004179-19.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. S. Clement en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van
mr. A.S. de Bruin, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
16 augustus 2022.
Mr. Verloop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================[…]