Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2022:2491

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 augustus 2022
Publicatiedatum
26 augustus 2022
Zaaknummer
200.229.369/02 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:343a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling minnelijke regeling over aandelenoverdracht en koopsom in hoger beroep Ondernemingskamer

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer een minnelijke regeling tussen partijen vastgelegd betreffende de uitvoering van een eerder arrest van 24 mei 2022 over de overname van aandelen in AM Holding. Partijen waren in hoger beroep verwikkeld in een geschil over de levering en betaling van aandelen die Arros hield in AM Holding.

De procedure kende een lange voorgeschiedenis met meerdere arresten waarin de uittredingsvordering van [F] c.s. werd toegewezen en een deskundigenonderzoek naar de waarde van de aandelen werd bevolen. In het arrest van 24 mei 2022 werd AM Holding c.s. veroordeeld tot overname van de aandelen van Arros en betaling van de koopsom, onder voorbehoud van een balans- en liquiditeitstest.

Partijen hebben uiteindelijk overeenstemming bereikt over de uitvoering van deze regeling. Zij spraken af dat na opheffing van het aandelenbeslag een bedrag van € 400.000 van de koopsom in depot wordt gehouden bij de notaris, terwijl het resterende bedrag van circa € 423.418 direct wordt betaald. Tevens doen partijen afstand van het recht om cassatie in te stellen tegen het arrest van 24 mei 2022 en deze beschikking, behoudens het recht tegen toekomstige arresten.

De Ondernemingskamer heeft deze regeling in een beschikking vastgelegd en het overige verzoek afgewezen.

Uitkomst: De Ondernemingskamer legt de minnelijke regeling vast waarbij een deel van de koopsom in depot wordt gehouden en partijen afstand doen van cassatie tegen eerdere arresten.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.229.369/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 26 augustus 2022
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
2.
[B],
wonende te [....] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EISENDALHOF B.V.,
gevestigd te Maastricht,
4.
[C],
wonende te [....] ,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BEHEERMAATSCHAPPIJ GEREM B.V.,
gevestigd te Maastricht,
6.
[D],
wonende te [....] ,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ELBANA BEHEER B.V.,
gevestigd te Maastricht,
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[E],
gevestigd te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaat:
mr. Ph.W. Schreurs, kantoorhoudende te Eindhoven,
t e g e n

1.[F] ,

wonende te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BEHEERMAATSCHAPPIJ ARROS B.V.,
gevestigd te Maastricht,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. R.H.G.M. Kerckhoffs, kantoorhoudende te Maastricht.
Partijen worden hierna als volgt aangeduid:
  • verzoekster sub 1 als AM Holding;
  • verzoekster sub 3 als Eisendalhof;
  • verzoekster sub 5 als Gerem;
  • verzoekster sub 7 als Elbana;
  • verzoekster sub 8 als AM Exploitatie;
  • verzoekers sub 1 tot en met 8 gezamenlijk als AM Holding c.s.;
  • belanghebbende sub 1 als [F] ;
  • belanghebbende sub 2 als Arros;
  • belanghebbenden sub 1 en 2 gezamenlijk als [F] c.s.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar arresten in de zaak met nummer 200.229.369/01 OK van 3 september 2019, 3 december 2019, 24 maart 2020, 14 juli 2020, 6 april 2021, 30 november 2021 en 24 mei 2022, gewezen in een hogerberoepsprocedure waarin [F] c.s. als appellanten en AM Holding c.s. als geïntimeerden optreden.
1.2
In het arrest van 3 september 2019 heeft de Ondernemingskamer overwogen dat de uittredingsvordering van [F] c.s. toewijsbaar is.
1.3
In het arrest van 3 december 2019 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen door een deskundige naar de waarde van alle aandelen in AM Holding per 1 september 2019. De deskundige heeft op 28 juli 2020 zijn rapport met betrekking tot die waarde bij de Ondernemingskamer ingediend.
1.4
In het arrest van 24 mei 2022 heeft de Ondernemingskamer het in de procedure in eerste aanleg door de rechtbank gewezen vonnis van de rechtbank Limburg, voor zover daarbij de uittredingsvordering van [F] c.s. is afgewezen, vernietigd, en in zoverre opnieuw rechtdoende – onder aanhouding van iedere verdere beslissing – Eisendalhof, Gerem en Elbana ieder voor gelijke delen en daarnaast AM Holding hoofdelijk voor het geheel veroordeeld, mits de uitkomst van de balans- en liquiditeitstest daaraan niet in de weg staat, tot overname van de aandelen die Arros houdt in AM Holding en Arros veroordeeld tot levering van die aandelen op straffe van verbeurte van een dwangsom, en het bedrag dat Eisendalhof, Gerem en Elbana onderscheidenlijk AM Holding ter zake van de overname dienen/dient te voldoen vooralsnog vastgesteld op € 777.136,25, te vermeerderen met wettelijke rente, en Eisendalhof, Gerem en Elbana ieder voor gelijke delen en daarnaast AM Holding hoofdelijk voor het geheel veroordeeld, mits de uitkomst van de balans- en liquiditeitstest daaraan niet in de weg staat, tot betaling van dit bedrag aan Arros, gelijktijdig met de levering van de aandelen. De Ondernemingskamer heeft de zaak ambtshalve doorgehaald en bepaald dat de meest gerede partij de zaak weer op de rol kan doen plaatsen voor het nemen van een akte als bedoeld onder 2.13 van dat arrest.
1.5
AM Holding c.s. hebben bij verzoekschrift van 22 juni 2022 de Ondernemingskamer verzocht op grond van artikel 2:343a lid 7 BW te bepalen dat bij de levering door Arros van haar aandelen in AM Holding ter uitvoering van het arrest van 24 mei 2022, de verschuldigde prijs voor die aandelen bij de notaris in depot zal blijven ter vervanging van het gelegde conservatoir beslag op die aandelen, totdat in rechte is vastgesteld of en zo ja tot welk bedrag [F] c.s. jegens AM Holding, AM Exploitatie, AM Handel en/of AM België schadeplichtig zijn en voorts te bepalen dat de thans door betekening aangevangen termijn van twee maanden geschorst zal worden en eerst zal aanvangen na de beschikking op dit verzoek en Arros te veroordelen in de kosten van dit verzoek.
1.6
[F] c.s. hebben bij verweerschrift van 6 juli 2022 de Ondernemingskamer verzocht AM Holding c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in hun verzoek, althans hun verzoek af te wijzen en AM Holding c.s. te veroordelen in de kosten van dit geschil. Het verweerschrift bevat een voorstel voor een minnelijke regeling over het geschil.
1.7
Mr. Schreurs heeft bij e-mail van 15 juli 2022 aan de Ondernemingskamer gemeld dat partijen over voormeld voorstel voor een minnelijke regeling in overleg zijn.
1.8
Mr. Schreurs heeft bij e-mail van 5 augustus 2022, mede namens mr. Kerckhoffs, gemeld dat partijen overeenstemming hebben bereikt over hun geschil, met het verzoek aan de Ondernemingskamer de overeenstemming in een beschikking vast te leggen. De Ondernemingskamer zal hieronder aan dit verzoek voldoen.

2.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verstaat dat partijen ter oplossing van hun geschil betreffende de uitvoering van de in het arrest van 24 mei 2022 opgenomen regeling, het volgende zijn overeengekomen:
Arros gaat ermee akkoord dat – na opheffing van het aandelenbeslag door AM Holding c.s. – een gedeelte groot € 400.000 van de koopsom van de over te dragen aandelen in depot wordt gehouden door de notaris die de akte passeert. De kosten van het depot worden tussen partijen gedeeld;
Het gedeelte van de koopsom dat vervolgens resteert, circa € 423.418, wordt betaald op een door Arros aan te wijzen bankrekening;
Partijen doen afstand van het recht cassatie in te stellen tegen het arrest van 24 mei 2022 en van deze beschikking, maar behouden het recht cassatie in te stellen tegen een arrest dat zal worden gewezen na het eventuele wederom op de rol van de Ondernemingskamer doen plaatsen als bedoeld in 2.13 van dat arrest;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2022.