Het gerechtshof Amsterdam heeft op 30 augustus 2022 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2021. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 3 februari 2019 in een uitgaansgelegenheid in Amsterdam openlijk in vereniging geweld zou hebben gepleegd tegen een slachtoffer.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het dossier en de pleidooien van de advocaat-generaal en de raadsvrouw van verdachte bestudeerd. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis, terwijl de verdediging vrijspraak verzocht wegens onvoldoende bewijs. Het hof oordeelde dat niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte een voldoende significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld.
De verklaringen waren niet eenduidig en boden onvoldoende duidelijkheid over het tijdstip, de plaats en de aard van het geweld door verdachte. Daarom werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.