ECLI:NL:GHAMS:2022:2577
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige bevestigd ondanks verzoek onderzoek plaatsing bij grootouders
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, die sinds oktober 2020 in een gezinshuis verblijft. De moeder is het eens met de uithuisplaatsing maar betwist dat geen onderzoek is gedaan naar de mogelijkheid van plaatsing bij de grootouders van vaderszijde, waar ook de vader woont.
De rechtbank had eerder de machtiging verlengd en het verzoek van de moeder om een onderzoek op grond van artikel 810a lid 2 Rv te gelasten afgewezen. De gecertificeerde instelling had twee aanmeldingen gedaan voor een perspectiefonderzoek naar plaatsing bij de grootouders, maar deze werden afgewezen vanwege de vader als hoofdopvoeder en contra-indicaties.
De moeder stelt dat het in het belang van het kind is om bij de grootouders te wonen zodat het samen met zijn broer kan opgroeien. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming benadrukken echter de ernstige ontwikkelings- en gedragsproblematiek van het kind en het belang van plaatsing in het huidige gezinshuis, waar professionele begeleiding mogelijk is.
Het hof oordeelt dat artikel 810a lid 2 Rv niet voorziet in een recht voor ouders om een aanvullend deskundigenonderzoek te eisen als de uithuisplaatsing zelf niet wordt betwist. Het verzoek van de moeder wordt daarom afgewezen en de verlenging van de machtiging wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek om aanvullend onderzoek af.