ECLI:NL:GHAMS:2022:2594
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezagskwestie minderjarige met gezamenlijk gezag moeder en grootmoeder
In deze civiele zaak ging het om het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarbij het gezamenlijk gezag over een minderjarige tussen de moeder en grootmoeder werd beëindigd en het gezag aan de moeder alleen werd toegekend.
De minderjarige verblijft sinds september 2020 uit huis bij een instelling, met een machtiging tot uithuisplaatsing die tot december 2022 geldt. De moeder en grootmoeder oefenden sinds 2015 gezamenlijk gezag uit. Het geschil spitste zich toe op het verzoek van de moeder om het gezag van de grootmoeder te beëindigen, terwijl de grootmoeder dit wilde behouden.
Het hof overwoog dat het nog onduidelijk is waar de minderjarige op lange termijn zal wonen en dat de communicatie tussen moeder en grootmoeder mogelijk kan verbeteren door systeemtherapie. Er was geen onaanvaardbaar risico dat de minderjarige klem of verloren zou raken bij gezamenlijk gezag. Daarom werd het verzoek van de moeder afgewezen en het gezamenlijk gezag hersteld.
De beslissing is genomen door mr. J.M. van Baardewijk, mr. G.W. Brands-Bottema en mr. S.F.M. Wortmann en op 6 september 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking en herstelt het gezamenlijk gezag van moeder en grootmoeder over de minderjarige.