ECLI:NL:GHAMS:2022:2630

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 april 2022
Publicatiedatum
8 september 2022
Zaaknummer
23-002979-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis hoger beroep diefstal Albert Heijn en oplegging ISD-maatregel

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 oktober 2021, waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal bij Albert Heijn en een ISD-maatregel werd opgelegd.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 24 maart 2022 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verweren van de verdachte en zijn raadsman. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank zorgvuldig heroverwogen, maar is niet tot andere inzichten gekomen.

Het hof ziet geen aanleiding om een extra toetsingsmoment in te lassen gedurende de tijd dat de verdachte op grond van de opgelegde maatregel in detentie verblijft. Daarom bevestigt het hof het vonnis van de rechtbank onverkort.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 april 2022, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van veroordeling voor diefstal en de oplegging van de ISD-maatregel.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002979-21
datum uitspraak: 7 april 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 oktober 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-197534-21 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1974,
adres: [adres01] , [postcode01] [plaats01] , thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 maart 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet tot andere inzichten gebracht dan hetgeen door de rechtbank in het vonnis waarvan beroep is overwogen en beslist. Voor het inlassen van een extra toetsingsmoment gedurende de tijd dat de verdachte op grond van de opgelegde maatregel in detentie verblijft, ziet het hof geen aanleiding. Het hof verenigt zich derhalve met het vonnis en zal dit bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. J.W.P. van Heusden en mr. M. van der Horst, in tegenwoordigheid van mr. D. Damman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 april 2022.