ECLI:NL:GHAMS:2022:2687

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 september 2022
Publicatiedatum
16 september 2022
Zaaknummer
23-001122-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontnemingsvordering bij medeplegen handel in cocaïne

De betrokkene werd door de rechtbank Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van handel in cocaïne over de periode van 1 maart 2017 tot en met 9 januari 2018. De rechtbank legde tevens een ontnemingsmaatregel op waarbij betrokkene verplicht werd tot betaling van €21.122,78 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen zowel de strafzaak als de ontnemingsvordering. Betrokkene stelde eveneens hoger beroep in tegen het strafvonnis. Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep en hield een terechtzitting op 6 september 2022, waarbij het alle processtukken en pleidooien in overweging nam.

Het hof sloot zich aan bij de overwegingen en het oordeel van de rechtbank en bevestigde het vonnis. De ontnemingsvordering werd gehandhaafd voor een bedrag van €21.122,78, ondanks dat het openbaar ministerie aanvankelijk een hoger bedrag van circa €85.860,50 had gevorderd.

Het arrest werd uitgesproken op 16 september 2022 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters R.D. van Heffen, S.M.M. Bordenga en M. Lolkema.

Uitkomst: Bevestiging van de veroordeling en ontnemingsmaatregel van €21.122,78 voor medeplegen van handel in cocaïne.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001122-20 (ontneming)
datum uitspraak: 16 september 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2020 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 13-665441-17 tegen de betrokkene:
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1988,
adres: [adres01]

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 85.860,50.
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 maart 2019 onder meer – kort gezegd – veroordeeld ter zake van medeplegen van handel in cocaïne in de periode van 1 maart 2017 tot en met
9 januari 2018.
Voorts heeft de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 8 mei 2020 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 21.122,78 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen. Namens de betrokkene is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in de strafzaak.
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 september 2022 veroordeeld ter zake van onder meer – kort gezegd – medeplegen van handel in cocaïne in de periode van 1 maart 2017 tot en met 9 januari 2018.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
6 september 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. S.M.M. Bordenga en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van
mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
16 september 2022.
=========================================================================
[…]