ECLI:NL:GHAMS:2022:276

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2022
Publicatiedatum
2 februari 2022
Zaaknummer
K20-230469
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beklag tegen niet instellen strafvervolging wegens onvoldoende steunbewijs bij bedreiging en belediging

Klager deed aangifte van bedreiging en belediging na een woordenwisseling in nieuwjaarsnacht 2020 en meldde sindsdien herhaaldelijke intimidaties door verschillende personen. Het hof moest beoordelen of er voldoende steunbewijs was om strafvervolging in te stellen en of nader onderzoek gerechtvaardigd was.

Het hof oordeelde dat een aangifte alleen onvoldoende is voor een bewezenverklaring en dat minimaal steunbewijs uit een andere bron nodig is. In deze zaak ontbrak dergelijk steunbewijs en konden geen mogelijke verdachten worden geïdentificeerd. Daarnaast achtte het hof nader onderzoek niet aangewezen, mede omdat klager inmiddels verhuisd is en herhaling van incidenten in de oude woonomgeving niet te verwachten is.

Daarom wees het hof het beklag af en bevestigde dat er geen goede redenen zijn om strafrechtelijke vervolging in te stellen. De beschikking is definitief en er staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beklag tegen het niet instellen van strafvervolging wordt afgewezen wegens onvoldoende steunbewijs en geen aanleiding voor nader onderzoek.

Uitspraak

afdeling strafrecht
beklagkamer
rekestnummer K20/230469
Beschikking op het beklag van:
[klager],
klager,
woonplaats kiezende op het kantooradres van zijn gemachtigde:
mr. R.H. Bouwman, advocaat te Amsterdam.

1.Het beklag

Het hof heeft op 13 november 2020 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam om geen strafvervolging in te stellen tegen
een of meer onbekend gebleven personen(hierna: beklaagden) ter zake van diverse incidenten, waaronder bedreiging en belediging.

2.Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 4 juni 2021 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen.

3.De voorhanden stukken

Het hof heeft kennisgenomen van:
- het klaagschrift;
- het verslag van de advocaat-generaal;
- de aangifte van klager.

4.De behandeling in raadkamer

Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 21 december 2021 het beklag toe te lichten. Namens klager is de gemachtigde in raadkamer verschenen. Deze heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd.
De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.

5.De beoordeling van het beklag

Uit het klaagschrift volgt dat klager in nieuwjaarsnacht 2020 een woordenwisseling met een persoon kreeg die hem vervolgens bedreigde. Sindsdien is klager regelmatig lastiggevallen door verschillende (groepjes) personen, die hem op straat opwachten, volgen, uitschelden en beledigen.
Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.
De overwegingen van het hof
Bij de toetsing is het volgende van belang. Voor een bewezenverklaring is in het strafrecht alleen een aangifte niet voldoende. Er is ten minste een minimale hoeveelheid steunbewijs nodig. Dit moet de in de aangifte opgenomen verklaring over de strafbare gedraging voldoende bevestigen. Bovendien moet het steunbewijs afkomstig zijn uit een andere bron dan de persoon die de aangifte heeft gedaan.
Tegen die achtergrond bezien bevat het dossier naast de aangifte onvoldoende steunbewijs;
de aangifte van klager heeft niet geleid tot identificatie een of meer mogelijke verdachten.
Zo daartoe al aanknopingspunten zouden zijn, acht het hof het doen van nader onderzoek in deze zaak niet aangewezen. Gebleken is dat klager inmiddels is verhuisd, zodat een herhaling van de door hem beschreven incidenten – die zich hebben voorgedaan in de toenmalige woonomgeving van klager – niet valt te verwachten.
Het hof is dan ook van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond.
Het hof zal daarom als volgt beslissen.

6.De beslissing

Het hof wijst het beklag af.
Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op
27 januari 2022 door mrs. P.F.E. Geerlings, voorzitter, N. van der Wijngaart en A.C. Huisman, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Huizenga, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.