ECLI:NL:GHAMS:2022:2811
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs rijden onder invloed personenauto
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd waarbij verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van rijden onder invloed van een stof zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994.
Het openbaar ministerie had hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak, maar het hof verklaarde het OM niet-ontvankelijk voor één van de feiten en verwierp de vordering tot veroordeling voor het andere feit. De processen-verbaal van bevindingen waren te onduidelijk en bevatten tegenstrijdigheden, waardoor niet kon worden vastgesteld dat de verdachte als bestuurder onder invloed was.
Onduidelijkheden betroffen met name welke verbalisanten welke waarnemingen op welk moment hadden gedaan, en tegenstrijdige verklaringen over wie de verdachte had aangehouden. Ook een nader proces-verbaal over psychomotorische en oog- en spraakfuncties bood onvoldoende helderheid.
De verdachte had niet meegewerkt aan een speekseltest, maar dit kon het gebrek aan bewijs niet compenseren. Het hof sprak de verdachte vrij en bevestigde het vonnis van de politierechter.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende en tegenstrijdig bewijs van rijden onder invloed.