ECLI:NL:GHAMS:2022:2823
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-wijzigingsbeding partneralimentatie ondanks inkomensdaling en gewijzigde omstandigheden
Partijen zijn in 2000 gehuwd en in 2016 gescheiden met een echtscheidingsconvenant waarin een niet-wijzigingsbeding is opgenomen voor de partneralimentatie van circa €4.800 per maand, geïndexeerd tot €5.044,85 in 2021. De man verzocht in hoger beroep om verlaging of beëindiging van deze alimentatie vanaf 1 januari 2020 vanwege een aanzienlijke inkomensdaling en gewijzigde financiële situatie, mede door de ziekte van zijn huidige echtgenote.
Het hof oordeelt dat het niet-wijzigingsbeding rechtsgeldig is overeengekomen met bijstand van een ervaren advocaat-mediator en dat een wijziging alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk is bij een volkomen wanverhouding. De man slaagt er niet in voldoende bewijs te leveren dat zijn totale inkomsten substantieel lager zijn dan ten tijde van het convenant, mede door onvoldoende inzicht in zijn ondernemingen en inkomsten uit verhuur.
Ook de stelling dat de financiële situatie van zijn echtgenote zodanig is dat zij niet kan bijdragen, wordt onvoldoende onderbouwd. Daarnaast wordt het subsidiaire verzoek tot beëindiging van de alimentatie wegens vermeende breuk van de lotsverbondenheid afgewezen, omdat de vrouw niet moedwillig handelde maar gebruikmaakte van wettelijke incassomogelijkheden na langdurige betalingsachterstanden.
Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de man af, waardoor het niet-wijzigingsbeding zijn werking behoudt en de alimentatieverplichting blijft bestaan.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het verzoek tot wijziging van de partneralimentatie af wegens onvoldoende onderbouwing van een ingrijpende wijziging van omstandigheden.