Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Vonnis waarvan beroep
4.Bewijsoverweging
‘safe house’) aan de [straatnaam] in Berlijn, vuurwapens, patronen, auto’s, een motor, PGP-BlackBerry’s, en GPS-tracker, geldbedragen en foto’s van [beoogd slachtoffer] .
‘ [bijnaam b beoogd slachtoffer] ’, die toen kennelijk in Berlijn verbleef en gebruikt maakte van een Mercedes S-klasse, dood wilden laten schieten. [medeverdachte 7] merkt in de berichten expliciet op dat deze man dood moet: hij is aan het kijken of een hitter hem
‘wil doen, live gewoon’, dat de hitter
‘rustig op hem afloopt en ze kanker moer doorzeefd’. Daarbij wordt ook onder meer gesproken over ak’s (het hof begrijpt hier en hierna: een AK-47, ook wel Kalasjnikov, of een daarop gelijkend automatisch aanvalsgeweer) en glocks (het hof begrijpt hier en hierna: een pistool van het merk Glock of een daarop gelijkend pistool) die klaar liggen, het transport van wapens, een chauffeur, een huis in Berlijn met drie slaapplaatsen en een gestolen auto die ze moeten hebben.
‘ [bijnaam b beoogd slachtoffer] ’bedoeld werd [beoogd slachtoffer] . Hij werd in de media aangeduid met [bijnaam c beoogd slachtoffer] en staat in de politiesystemen geregistreerd met de bijnamen ‘ [bijnaam d beoogd slachtoffer] / [bijnaam b beoogd slachtoffer] / [bijnaam e beoogd slachtoffer] ’. Tevens blijkt uit opsporingsonderzoeken van de politie dat [beoogd slachtoffer] gebruik maakte van de valse identiteit ‘ [valse identiteit beoogd slachtoffer] ’. Er zijn op 13, 19, 20 juli, en 10 en 15 augustus 2015 parkeerovertredingen in Berlijn gepleegd met een Mercedes S-klasse met Duits kenteken [kenteken 1] , gehuurd op naam van [valse identiteit beoogd slachtoffer] . En op 26 augustus 2015 met een voertuig met het Duitse kenteken [kenteken 2] , gehuurd op naam van [valse identiteit beoogd slachtoffer] . Het hof gaat er gelet hierop vanuit dat [beoogd slachtoffer] op deze data in Berlijn aanwezig was.
‘plastic foli erop zodat niemand met hand eraan komt’); het gaat volgens [medeverdachte 7] nog even duren, want – zoals ook even daarvoor door [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 7] was bericht – de AK’s liggen bij iemand die overdag werkt.
‘deze jongen bouwd het in’,
‘we moeten vandaag afgeven die wapens[…]
kan niet laat naar garage’,
‘die oude man gaat met vrouw en kind en caravan’en
‘Verpak het goed aub heel goed. Deze man gaat met gezin vrouw kinderen’), waarna deze wapens naar Berlijn zullen worden vervoerd en daar weer zullen worden uitgebouwd (
‘Morgen ochtend vliegd een vriend van me naar Berlijn. Die gaat die transport opwachten. Want deze jongen bouwd het in. En dan bouwd hij het uit in Berlijn’en
‘Ok broer wel elke onderdeel appart broer .niet alles met elkaar binden.[…]
hij wil in de vroege ochtend gaan.en je weet zeker dat je garage hebt ?? Anders gaat ie voor niks[…]
die oude man gaat.en [naam 4] gaat morgen ochtend vliegen hem opwachten om open te doen in de garage’). Uit de berichtenwisseling tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] later op de avond over het contact met
‘ [naam 2] ’, die [medeverdachte 2] blijkens de berichten van informatie voorziet over het huis in Berlijn waar de jongens die zullen komen kunnen verblijven, leidt het hof verder af dat de wapens in een huis moeten worden gelegd. Op een vraag van [medeverdachte 7] wanneer de jongens –
‘3 man die gaat timeren en 3 hitters’(het hof begrijpt: drie mannen die observaties gaan verrichten en drie schutters) – kunnen komen en hoeveel er maximaal in het huis passen, vertelt [medeverdachte 2] hoeveel slaapplaatsen er zijn en dat het huis klaar is:
‘ze kunnen gaan’.
‘die hoer’(het hof begrijpt: [beoogd slachtoffer] ) nog niet heeft gesignaleerd. De broers noemen [medeverdachte 3] in deze berichten ‘
[bijnaam b medeverdachte 3] ’(Arabisch voor ‘lippen’), gelet op het feit dat [medeverdachte 1] het Ennetcom-account van [medeverdachte 3] aan zijn broer verstrekt als het adres van [bijnaam b medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] zegt dat [bijnaam b medeverdachte 3] een Marokkaanse vrouw heeft met de naam [naam vrouw] ; [medeverdachte 3] had destijds een Marokkaanse vriendin, [naam vrouw] . Op de opmerking van [medeverdachte 5] dat het zijn
‘galge maaltijd’wordt en dat
‘ [bijnaam b medeverdachte 3] gaat reserveren als ober bakie lood’(het hof begrijpt: dat [medeverdachte 3] [beoogd slachtoffer] zal doodschieten), reageert [medeverdachte 1] met de opmerking dat [medeverdachte 3] de
‘driver’is, en
‘hij denk hij is de black schumacher’(het hof begrijpt: hij is de chauffeur).
‘ [kenteken 1] ’is, bevestigen dat [beoogd slachtoffer] degene is naar wie wordt gezocht.
‘ik neem deze tel niet mee die laat ik voor hun’) blijkt dat hij zijn PGP-telefoon (met daaraan gekoppeld het door hem gebruikte Ennetcom-account L8Z6) in Berlijn achterlaat.
‘ [bijnaam verdachte] ’en schrijft over [medeverdachte 3] – onder vermelding van diens bijnaam
‘ [bijnaam a medeverdachte 3] ’–dat die graag naar
‘Berlin Spaundau’(het hof begrijpt: het treinstation Berlin-Spandau) wil worden gebracht.
‘wt’en
‘dt’. In de op 1 en 5 september 2015 verzonden berichten zijn deze woorden correct, met de letter ‘a’ gespeld.
‘wt’en
‘dt’. Het hof leidt hieruit af dat [medeverdachte 3] vanaf dan weer zijn PGP-telefoon in gebruik heeft.
‘zakkenroller team’, maar vindt ook steun in de berichtenwisseling tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] van 25 augustus 2015 en 10 september 2015, waaruit blijkt dat [medeverdachte 1] op deze data de beschikking had over een legitimatiebewijs van [medeverdachte 5] :
‘ [bijnaam verdachte] ’. Volgens de advocaat-generaal is dit een bijnaam van [verdachte] . [verdachte] heeft betwist dat hij gebruik maakt van of door anderen wordt aangeduid met de bijnaam [bijnaam verdachte] , al heeft hij tijdens het verhoor bij de politie op 13 juli 2020 verklaard dat anderen hem kennelijk bedoelen met [bijnaam verdachte] .
‘ [nationaliteit] vrouw’.
‘fabriek’, ze willen (meervoud dus)
‘om de 2 a 3 uur eten’.
‘mattie’(het hof stelt, nu [medeverdachte 3] alleen met [verdachte] naar Berlijn was gekomen, vast: [verdachte] ) moet afstappen, want hij moet hem
‘door ze hoofd geven’(het hof begrijpt: door zijn hoofd schieten). [medeverdachte 3] bevestigt dat [verdachte] zal afstappen en zal schieten. Afhankelijk van de grootte van de groep rondom [beoogd slachtoffer] zal [medeverdachte 3] ook zelf schieten. Het doelwit krijgt sowieso een
‘headshot’, want hij moet dood.
‘hitters’(de schutters dus) terug zijn naar Nederland en maandag zullen terugkomen. Dat hij met de term
‘hitters’[verdachte] en [medeverdachte 3] bedoelt vindt steun in het feit dat [medeverdachte 5] spreekt over de witte Fiat 500 van de hitters. Uit het hiervoor weergegeven bericht van [medeverdachte 3] van 20 augustus 2015 blijkt dat hij die dag reisde met een witte Fiat 500 en uit het bericht van 24 augustus 2015 volgt dat de auto van [medeverdachte 3] was geparkeerd bij de [fastfood restaurant] . Verder vindt deze vaststelling steun in het feit dat de schutters door [medeverdachte 1] worden aangeduid als de
‘nigger’en de
‘tata’. Het woord
‘tata’is straattaal voor personen met een lichte huidskleur, zoals de huidskleur van [verdachte] . De term
‘nigger’is een scheldwoord voor personen met een donkere huidskleur en wordt door [medeverdachte 1] kennelijk gebruikt voor [medeverdachte 3] , gelet op diens donkere huidskleur. [medeverdachte 1] zegt vervolgens in de genoemde berichtenwisseling dat de schutters, [verdachte] en [medeverdachte 3] dus,
‘hem wilden doen’(het hof begrijpt: dat zij [beoogd slachtoffer] wilden doodschieten).
‘ [bijnaam medeverdachte 4] rijd [bijnaam verdachte] op motor 3man staat hun op te wachten die rijd hun naar eerlijke auto’(het hof begrijpt: [bijnaam medeverdachte 4] bestuurt de motor waarop [verdachte] zit en rijdt naar de derde man). Uit het dossier kan worden afgeleid dat met
‘ [bijnaam medeverdachte 4] ’wordt bedoeld [medeverdachte 4] , die in het verleden een [bijnaam medeverdachte 4] heeft gehad. Over [verdachte] merkt de gebruiker van account FZ17 verder op dat die het ‘
werk alleen af kan’ en dat die
‘doet het werk stapt achterop [bijnaam medeverdachte 4] rijden naar eerlijke auto’(het hof begrijpt: dat [verdachte] degene is die zal schieten, waarna hij bij [medeverdachte 4] achterop de motor stapt).
business as usual, want hij hield zich volgens zijn eigen verklaring al veel langer bezig met de handel in verdovende middelen – en daar ook met een door hem gekochte wegwerptelefoon in contact kon komen met zijn drugsleverancier in Nederland, maar anderzijds niet rechtsreeks in contact kon komen met zijn moeder en zijn toenmalige vriendin, maar daarvoor [medeverdachte 3] moest inschakelen, die via [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] de moeder van [verdachte] informeerde. Dat juist [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] daarbij zijn betrokken is te meer opmerkelijk omdat [verdachte] heeft verklaard hen niet te kennen, terwijl zij beiden ook bij de voorbereiding van de liquidatie van [beoogd slachtoffer] betrokken zijn geweest.
‘zonnebankie’kan pakken. [verdachte] heeft verklaard dat hij de term
‘zonnebankie’gebruikt en in Berlijn een keer of drie naar de zonnebank is geweest. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft hij ook verklaard dat het inderdaad kan zijn dat hij dit bericht heeft verstuurd. Het hof gaat er gelet hierop vanuit dat [verdachte] dit bericht heeft verzonden.
‘acktie elke moment kan gebeuren’(het hof begrijpt: dat ieder moment kan worden overgegaan tot het doodschieten van [beoogd slachtoffer] ), waarna hij tegen [medeverdachte 3] zegt dat deze nu weet om wie het gaat en wie dat is (het hof begrijpt: wie het doelwit is). Uit de reactie van [medeverdachte 3] blijkt dat hij denkt dat het om ene
‘ [naam 13] ’gaat, waarna hij op de ontkennende reactie van de gebruiker van account FZ17 zegt dat hij het dan niet weet. In dit kader verdient nog opmerking dat, zoals hiervoor ook is vastgesteld, [beoogd slachtoffer] op 26 augustus 2015 nog een parkeerovertreding heeft gepleegd in Berlijn en toen – ruim nadat [medeverdachte 3] [beoogd slachtoffer] zou hebben laten waarschuwen – dus nog in Berlijn was.
‘stuur 4 glocks en 2 ak’. Uiteindelijk zijn dat er kennelijk iets minder geworden. Voor het per auto laten vervoeren van de wapens werd de medeverdachte [medeverdachte 2] ingeschakeld. [medeverdachte 7] zegt in de onderlinge Ennetcom-berichten van
‘2 aks en 3 glocks’. [medeverdachte 2] bericht dan:
‘Oh ok top.komt helemaal goed.morgen laat in de middag heb je ze daar’. Volgens [medeverdachte 7] zijn ze
‘geladen klaar voor vertrek’. Dat het ging om geladen wapens blijkt overigens ook uit de Ennetcom-berichten van [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 7] op 14 augustus 2015:
‘Kijk krijg net te horen dat ik niet genoeg patronen heb voor Glocks. Dus ik vul zoveel ik kan’en
‘Glocks heb ik 2 volle van’.
‘Ik heb ook bij me als ik de kans krijg schiet ik ook. We kijken wt de situatie is we hebben allebij wapens bij ons’.
‘verstop gewoon die pipas(het hof begrijpt: vuurwapens)
goed is niks aan de hand’. En op 9 september 2015 krijgt [medeverdachte 3] van [medeverdachte 1] te horen dat
‘die man’(het hof begrijpt [beoogd slachtoffer] ) niet meer in Berlijn is en dat
‘jullie’(het hof begrijpt: [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 4] ) terug (het hof begrijpt: naar Nederland) kunnen gaan. Later in dat gesprek dat onder andere over de terugreis en het achterlaten van de huissleutel gaat, zegt [medeverdachte 3] :
‘Wapens zijn onder gasfornuis’.
‘eerlijke’(dus: niet-gestolen) auto.
‘Motro heb ik al alleen nog waggie die hitters zijn even snel terug naar nl.’. Het hof leidt hieruit af dat [medeverdachte 1] – die zich in Berlijn bevond – reeds de beschikking had over een motor, maar nog een auto moest regelen. Deze mededeling over het bezit van een motor is zeer concreet en zonder enige twijfel omgeven, zodat dit – in het licht van de overige berichten over het gebruik van de motor bij de liquidatie – redengevend is voor het bewijs dat de verdachten daadwerkelijk de beschikking hadden over een motor. Noch uit de verklaring van [medeverdachte 1] (die zich consequent op zijn zwijgrecht heeft beroepen), noch anderszins blijkt uit het dossier van feiten of omstandigheden die deze conclusie ontkrachten. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat hij in Berlijn geen motor heeft gezien, is daartoe in elk geval onvoldoende.
‘eerlijke’auto, laat staan deze auto’s daadwerkelijk voorhanden zijn geweest. Dat geldt in het bijzonder voor een gestolen auto. Uit het dossier volgt verder dat [medeverdachte 1] in Berlijn een gehuurde (dus
‘eerlijke’) Audi A3 voorhanden heeft gehad die bovendien door hem en de mede-inzittenden op opvallende wijze werd schoongemaakt, maar niet kan worden bewezen dat deze Audi als vluchtauto zou worden gebruikt. Meer in het bijzonder niet omdat in de Ennetcom-berichten van 31 augustus 2015 tussen de gebruiker van account FZ17 en [medeverdachte 3] , door laatstgenoemde in verband met de eerlijke auto wordt gezegd:
‘Zo(het hof begrijpt: ze)
hebben hun een bmw laten komen uit ned’. Van het voorhanden hebben van één of meer auto’s – bestemd tot het begaan van de liquidatie van [beoogd slachtoffer] – zal [verdachte] dan ook worden vrijgesproken.
‘sta paraat’) om na bericht van [medeverdachte 1] direct in actie te kunnen komen. Gezien de verschillende berichten hierover was het kennelijk nog niet eenvoudig om [beoogd slachtoffer] te vinden. Voor het slagen van het plan was het dus van wezenlijk belang dat [medeverdachte 3] snel instructies kon ontvangen om met zijn medeverdachten toe te kunnen slaan. Het voorhanden hebben van de motor en de vuurwapens was niet voldoende om de liquidatie te kunnen voltooien. De PGP-telefoons moesten het mogelijk maken de chauffeur van de motor en de schutter op het juiste tijdstip op de juiste plaats te krijgen. De telefoons waren zodoende, gezamenlijk met de andere voorhanden zijnde voorwerpen, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen van [verdachte] en zijn medeverdachten dienstig voor het misdadige doel dat zij met het gebruik van de voorwerpen voor ogen hadden.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.Strafbaarheid van de verdachte
8.Oplegging van straf
‘safe house’in Berlijn als uitvalsbasis geregeld, waar de beoogde uitvoerders wachtten op instructies van medeverdachte [medeverdachte 1] . Deze medeverdachte voerde een constante zoektocht uit naar het beoogde slachtoffer en communiceerde via de beschikbare PGP-telefoons dat de verdachte en medeverdachten paraat moesten staan omdat ‘die hond’ er ieder moment kon zijn. Zou [beoogd slachtoffer] er op zo’n moment daadwerkelijk zijn geweest, dan had men dus gelijk in actie kunnen komen. Het plan was dan om [beoogd slachtoffer] vanaf een motor, eventueel op klaarlichte dag en in een drukke winkelstraat, dood te schieten. De verdachte zou als bijrijder achterop de motor naar het beoogde slachtoffer toerijden en daar als schutter de geplande executie voltooien. Dit zou ‘sowieso’ met een
‘headshot’gebeuren om er zeker van te zijn dat [beoogd slachtoffer] zou sterven.
motherfuckererbij’ wordt extra geld uitgekeerd. Dat een mensenleven voor de groep van de verdachten niets waard is, wordt geïllustreerd door het feit dat de medeverdachte [medeverdachte 3] , inmiddels al enige tijd in Berlijn verblijvend en klaar om in actie te komen, niet eens wist wie het doelwit was. Hij dacht aanvankelijk dat hij was ingehuurd om ene ‘ [naam 13] ’ te liquideren, waarna hij door een andere medeverdachte lachend werd gecorrigeerd. Wie uit de weg moet worden geruimd maakt blijkbaar niet uit.
daadwerkelijkin vrijheid worden gesteld. Een vervroegde invrijheidsstelling is echter ook onder het oude regime geen zekerheid, maar afhankelijk van het gedrag van de gedetineerde. Daarbij blijft onder het oude regime een langere voorwaardelijke gevangenisstraf boven het hoofd van de betrokkene hangen dan onder het nieuwe regime. In zoverre kan een bruto-nettovergelijking die de verdediging voorstaat niet worden gemaakt.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren.