ECLI:NL:GHAMS:2022:2841
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 4 oktober 2022 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 30 september 2019. De verdachte werd beschuldigd van het mishandelen van de benadeelde door het slaan met een plastic glas of een hard voorwerp op of omstreeks 24 maart 2017 te Amsterdam.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken. De advocaat-generaal had een veroordeling gevorderd, maar de raadsvrouw verdedigde de stelling dat er onvoldoende bewijs was. Het hof oordeelde dat het dossier niet de vereiste mate van zekerheid bood dat de verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd.
Een belangrijke overweging was dat de aangever en een getuige niet van meet af aan volledige openheid van zaken hadden gegeven over de rol van de getuige in het conflict met de verdachte. Hierdoor kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte de mishandeling had begaan.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €500,- gevorderd, waarvan in eerste aanleg €300,- was toegewezen. Nu de verdachte werd vrijgesproken, kon de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.