ECLI:NL:GHAMS:2022:285
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet tegen beslissing kamer notariaat
Klager heeft bij de kamer voor het notariaat een klacht ingediend tegen een notaris, welke klacht door de voorzitter van de kamer als kennelijk niet-ontvankelijk is afgewezen. Klager stelde hiertegen verzet in, dat door de kamer ongegrond werd verklaard. Klager ging vervolgens in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof moest beoordelen of klager ontvankelijk was in dit hoger beroep. Op grond van artikel 99 lid 19 van Pro de Wet op het notarisambt staat tegen een beslissing van de kamer dat het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond is, geen rechtsmiddel open. Alleen indien bij de totstandkoming van de beslissing een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, kan het appelverbod worden doorbroken.
Klager stelde dat een fundamenteel rechtsbeginsel was geschonden, maar deze stelling was gebaseerd op veronderstellingen en speculaties. Het hof vond geen aanwijzingen dat klager niet gehoord was of dat er andere feiten waren die wezen op schending van een fundamenteel rechtsbeginsel.
Daarom verklaarde het hof klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer. De uitspraak werd gedaan door de rolraadsheer namens het hof op 8 februari 2022.
Uitkomst: Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer.