In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 17 november 2021. Het hof heeft het vonnis grotendeels bevestigd, met uitzondering van de beslissing over de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.
De verdachte heeft zich tijdens de proeftijd schuldig gemaakt aan een nieuw strafbaar feit, waardoor de voorwaardelijke straf ten uitvoer kan worden gelegd. Het hof erkent echter dat de verdachte inmiddels onder begeleiding staat en gemotiveerd is om zijn leven te beteren, mede door behandeling bij Inforsa.
Daarom heeft het hof besloten om in plaats van de tenuitvoerlegging van drie maanden gevangenisstraf, een taakstraf van 200 uren op te leggen, subsidiair 90 dagen hechtenis. Dit wordt gezien als een laatste kans voor de verdachte om een delictloos bestaan op te bouwen zonder vrijheidsbeneming.
De overige onderdelen van het vonnis van de politierechter worden bevestigd. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 15 september 2022.