ECLI:NL:GHAMS:2022:2932

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 augustus 2022
Publicatiedatum
17 oktober 2022
Zaaknummer
23-002623-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Wet op de identificatieplichtArt. 14c Wetboek van StrafrechtArt. 27 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelarrest wegens kennelijke rekenfout in voorwaardelijk strafdeel bij hoger beroep

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 16 augustus 2022 een herstelarrest gewezen ter correctie van een kennelijke rekenfout in het voorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf. Het hof had eerder op 3 augustus 2022 een arrest uitgesproken waarbij een gevangenisstraf van vier jaren werd opgelegd, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Dit strookte niet met de bedoeling van het hof om een voorwaardelijk deel van zestien maanden op te leggen, gelijk aan de overschrijding van de redelijke termijn en met het oog op het voortduren van het reclasseringscontact.

Het hof herstelt deze fout door het voorwaardelijke deel te verhogen naar zestien maanden en past de strafmotivering dienovereenkomstig aan. De onvoorwaardelijke straf komt daarmee overeen met de reeds ondergane voorarrestperiode van 32 maanden. Tevens legt het hof bijzondere voorwaarden op aan de verdachte, waaronder toezicht door de reclassering gedurende de proeftijd van twee jaren.

Daarnaast wijst het hof de vorderingen tot schadevergoeding van twee benadeelde partijen toe, respectievelijk €8.590 en €4.692, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 juni 2018. De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt afgewezen. Het herstelarrest bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en regelt de teruggave van een in beslag genomen zaktelefoon.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren waarvan zestien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002623-19
datum uitspraak: 16 augustus 2022
Arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 augustus 2022 tot herstel van het arrest gewezen op 3 augustus 2022 op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-730024-18 tegen

[verdachte01] ,

geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1976,
adres: [adres01] .
Herstel kennelijke rekenfout met betrekking tot het opgelegde voorwaardelijke strafdeel
Het hof heeft in deze zaak op 3 augustus 2022 een arrest uitgesproken. Het hof heeft daarin onder meer overwogen dat het hof zich voor het grootste deel aansluit bij de strafmaatoverwegingen van de rechtbank, dat in beginsel de door de rechtbank opgelegde straf van 4 jaren passend en geboden is, dat echter in de overschrijding van de redelijke termijn aanleiding wordt gezien een deel van de straf in voorwaardelijke vorm op te leggen – ook met het oog op het voortduren van het reclasseringscontact – en dat hernieuwde vrijheidsbeneming de positieve ontwikkelingen in ernstige mate zal doorkruisen en dat het hof dat onwenselijk acht.
Het hof heeft hiermee onmiskenbaar te kennen gegeven een straf te willen opleggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest van 32 maanden. Door een kennelijke rekenfout met betrekking tot het voorwaardelijke deel is dat evenwel niet in de opgelegde straf tot uiting gebracht. Het hof zal deze fout herstellen, in die zin dat het
voorwaardelijke strafdeelin plaats van 5 maanden
16 maandendient te bedragen. Het hof zal daarom ook de strafmotivering aanpassen, waarbij de navolgende zin in de strafmotivering:
“Om die reden zal het hof een deel van de voornoemde gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.”
zal worden vervangen door:
“Om die reden zal het hof een deel van de voornoemde gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren waarvan 16 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.”
Het aldus te verbeteren dictum zal in dit herstelarrest integraal worden opgenomen.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 primair, 3 subsidiair en 4 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van:
  • de strafoplegging;
  • de beslagbeslissingen;
  • de beslissingen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen;
  • de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen;
  • de beslissing op de vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling;
en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
16 (zestien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van de reclassering en zich zal gedragen overeenkomstig de door of namens de reclassering te geven aanwijzingen en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1.00 STK Zaktelefoon ALCATEL 5594978.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01] B.V.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij01] B.V. ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 8.590,00 (achtduizend vijfhonderdnegentig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij01] B.V., ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 8.590,00 (achtduizend vijfhonderdnegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 77 (zevenenzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 21 juni 2018.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij02] B.V.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij02] B.V. ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 4.692,00 (vierduizend zeshonderdtweeënnegentig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij02] B.V., ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 4.692,00 (vierduizend zeshonderdtweeënnegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 56 (zesenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 21 juni 2018.

Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit herstelarrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. D. Radder en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van mr. A. Ivanov, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 augustus 2022.
De voorzitter is buiten staat dit herstelarrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]

[…]

[…]

[…]