ECLI:NL:GHAMS:2022:2938
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding omgangsregeling moeder na beëindiging gezag
De moeder, wier gezag over haar kind [minderjarige] is beëindigd, verzocht het gerechtshof Amsterdam om de omgangsregeling uit te breiden naar een weekend per twee weken. De minderjarige woont sinds 2016 in een pleeggezin en de omgangsregeling voorziet momenteel in acht weekenden per jaar bij de moeder.
Tijdens de zitting kwam naar voren dat de minderjarige zich goed ontwikkelt in het pleeggezin en dat de omgang met de moeder en stiefvader inspanning en tijd kost, waardoor een uitbreiding niet in het belang van het kind is. De moeder ervaart de huidige regeling als lastig te combineren met haar werk en wenst meer spontane omgangsmomenten.
De gezinsmanager en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden de huidige regeling te handhaven. Het hof oordeelde dat de omgangsregeling passend is en dat een uitbreiding niet in het belang van het kind is. Het beroep van de moeder op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat de inbreuk op het recht op familieleven gerechtvaardigd en proportioneel is.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de moeder af. Er werd wel toegezegd om te onderzoeken of incidentele langere weekenden mogelijk zijn, bijvoorbeeld tijdens vakanties.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling af en bekrachtigt de bestaande regeling.