Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
,20 januari 2022 en 15 maart 2022, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen beschikkingen van de rechtbank Noord-Holland die de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kind in een gezinsgerichte voorziening verlengden en een deskundigenonderzoek gelastten.
Het kind verblijft sinds februari 2021 in een gezinshuis vanwege ernstige zorgen over de thuissituatie bij de moeder. De vader oefent mede het gezag uit en het kind verblijft elk weekend bij hem. De vader verzoekt het hof om het deskundigenonderzoek af te wijzen en het kind bij hem te plaatsen, terwijl de moeder en de gecertificeerde instelling (GI) het verblijf in het gezinshuis en het onderzoek steunen.
Het hof overweegt dat het kind emotioneel kwetsbaar is en behoefte heeft aan stabiliteit en duidelijkheid over zijn toekomstperspectief. Het verblijf bij de vader biedt deze stabiliteit en het kind geeft zelf aan graag bij hem te willen wonen. Het NIFP-onderzoek kent een lange wachttijd en zou het kind onnodig in onzekerheid houden. Daarom vernietigt het hof de verlenging van de machtiging voor verblijf in een gezinsgerichte voorziening en wijst het verzoek tot het deskundigenonderzoek af, waarbij het aan de GI is om de machtiging voor verblijf bij de vader te laten wijzigen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinsgerichte voorziening en wijst het verzoek tot een deskundigenonderzoek af.