ECLI:NL:GHAMS:2022:3031
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met afwijzing limitering duur alimentatie
Partijen zijn in 1995 gehuwd en hun huwelijk is op 30 november 2021 ontbonden. De vrouw verzocht in hoger beroep om verhoging van de partneralimentatie tot €1.314 per maand, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde om de duur van de alimentatie te limiteren tot zes maanden na de echtscheiding.
Het hof overwoog dat de behoefte van de vrouw moet worden vastgesteld aan de hand van de hofnorm, waarbij rekening wordt gehouden met het netto besteedbaar gezinsinkomen en het uitgavenpatroon tijdens het huwelijk. De vrouw is behoeftig omdat haar inkomsten onvoldoende zijn om volledig in haar levensonderhoud te voorzien, mede vanwege haar lichamelijke beperkingen en beperkte verdiencapaciteit.
De man heeft voldoende draagkracht om de partneralimentatie te voldoen. Het verzoek tot limitering van de alimentatieduur werd afgewezen omdat daaraan hoge eisen worden gesteld en de vrouw nog niet in staat is volledig in haar eigen onderhoud te voorzien. De overige verzoeken met betrekking tot bankrekeningen en inboedel zijn ingetrokken.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover relevant en bepaalde dat de man vanaf 30 november 2021 €1.270 per maand aan partneralimentatie betaalt, met behoud van de overige rechtbankbeslissingen en een compensatie van eigen proceskosten.
Uitkomst: De man moet vanaf 30 november 2021 €1.270 per maand partneralimentatie betalen, het verzoek tot limitering van de alimentatieduur wordt afgewezen.