ECLI:NL:GHAMS:2022:3044
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet tegen klacht notaris
Klager heeft een klacht ingediend tegen een notaris bij de kamer voor het notariaat, welke klacht door de voorzitter van de kamer als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Klager stelde verzet in tegen deze beslissing, maar dit verzet werd ongegrond verklaard door de kamer. Klager ging vervolgens in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof moest beoordelen of het hoger beroep ontvankelijk was, aangezien artikel 99 lid 19 Wet Pro op het notarisambt (Wna) bepaalt dat tegen een beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, geen hoger beroep openstaat. Alleen indien een fundamenteel rechtsbeginsel was geschonden, kon het appelverbod worden doorbroken.
Klager voerde aan dat de voorzitter van de kamer de repliek had geweigerd en klager niet had gehoord, waardoor geen eerlijke procedure had plaatsgevonden. Het hof oordeelde echter dat deze bezwaren niet tot doorbreking van het appelverbod leidden, omdat de kamer in de verzetprocedure de procedurele tekortkomingen had hersteld en klager aldaar wel was gehoord.
Het hof vond geen aanwijzingen dat een fundamenteel rechtsbeginsel was geschonden en verklaarde het hoger beroep van klager daarom niet-ontvankelijk. De zaak werd zonder mondelinge behandeling afgedaan.
Uitkomst: Hof verklaart klager niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet tegen klacht notaris.