ECLI:NL:GHAMS:2022:3189
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na voorlopige hechtenis en rechtsbijstand afgewezen deels toegekend
De verzoeker diende een verzoekschrift in tot vergoeding van schade en kosten voortvloeiend uit verzekering, voorlopige hechtenis en rechtsbijstand in een strafzaak. De voorlopige hechtenis liep van 8 juni tot 26 juli 2019.
Het hof stelde vast dat de strafzaak was geëindigd zonder strafoplegging of maatregel. Voor vergoeding van de verzekering en voorlopige hechtenis werd een bedrag van €4.990 toegekend op grond van billijkheid. De kosten voor rechtsbijstand in eerste aanleg van ruim €14.000 werden afgewezen omdat deze aan een B.V. waren gefactureerd en niet ten laste van de verzoeker kwamen. De kosten van rechtsbijstand in hoger beroep van €7.792,40 en de kosten van de verzoekschriftprocedure van €680 werden wel toegekend.
Het hof besloot tot een totale vergoeding van €13.462,40 en wees het overige af. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 8 november 2022.
Uitkomst: Het hof kent een totale schadevergoeding van €13.462,40 toe en wijst het overige af.