Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De verdere motivering van de beslissing
(€ 4.700,-) aan de man te voldoen.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht stond de verdeling van drie BMW-auto's centraal na de ontbinding van het huwelijk tussen de vrouw en de man. Het hof bevestigde dat de BMW 535 GTI aan de vrouw wordt toegewezen tegen een waarde van €9.400,-, waarvan zij de helft aan de man moet betalen. De BMW X3 wordt eveneens aan de vrouw toegewezen tegen een waarde van €7.000,-, met een betalingsverplichting van €3.500,- aan de man.
De vrouw had verklaard de BMW X3 in april 2021 voor €1.000,- te hebben verkocht, maar kon dit niet met stukken onderbouwen. Het hof vond de door de man gestelde waarde van €7.000,- redelijk en wees het verzoek van de vrouw af. Ten aanzien van de BMW X1 stelde de man dat hij deze slechts had geleend van zijn broer en deze teruggegeven had ruim voor de peildatum, waardoor de auto niet tot de huwelijksgemeenschap behoorde. Het hof vond de onderbouwing van de man voldoende en wees het verzoek van de vrouw tot verdeling van de BMW X1 af.
Daarnaast werd bepaald dat de vrouw de helft van de gemeentebelasting 2021, zijnde €398,29, aan de man moet voldoen. Verzoeken tot verdeling van de inboedel en de Porsche werden afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het overige in hoger beroep meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof deelt de BMW 535 GTI en BMW X3 toe aan de vrouw met betalingsverplichtingen aan de man en wijst het verzoek tot verdeling van de BMW X1 en inboedel af.