Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straffen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) maanden.
5 (vijf) jaren.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 mei 2017. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor omzetbelastingfraude en bedrieglijke bankbreuk, met een gevangenisstraf van 26 maanden en een ontzetting van vijf jaar van het recht tot uitoefening van het beroep van payroll dienstverlener en bestuurder van een rechtspersoon.
Het hof bevestigt de bewezenverklaring van de feiten: de verdachte leidde tussen 2012 en 2014 het opzettelijk onjuist indienen van omzetbelastingaangiften door zijn bedrijf, wat leidde tot een benadeling van de Belastingdienst van ruim € 800.000,-. Tevens pleegde hij bedrieglijke bankbreuk door tijdens het faillissement baten te onttrekken en de curator te belemmeren in de belangenbehartiging van crediteuren.
Hoewel de rechtbank een gevangenisstraf van 26 maanden oplegde, acht het hof, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en persoonlijke omstandigheden van de verdachte, een gevangenisstraf van 16 maanden passend. De ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep blijft ongewijzigd. De straf zal volledig in een penitentiaire inrichting worden uitgevoerd, met mogelijke deelname aan penitentiaire programma's of voorwaardelijke invrijheidsstelling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf en vijf jaar ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van payroll dienstverlener en bestuurder.