In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2020 bevestigd met uitzondering van de strafoplegging, die het hof vernietigde en opnieuw bepaalde. De zaak betreft bedreiging van politica Simons via een bericht in een besloten Instagram-chatgroep, waarbij de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het bericht bij de politica bekend zou worden.
De verdediging voerde aan dat niet was onderzocht hoe het bericht bij de politica terechtkwam en dat de bedreiging ondeugdelijk was vanwege verkeerde naamspelling en de functie van de politica op dat moment. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de bedreiging ernstig was, mede vanwege de positie van het slachtoffer als volksvertegenwoordiger.
Het hof nam het discriminatie-aspect mee in de overwegingen, maar vond onvoldoende bewijs dat de bedreiging met een discriminatoir motief was gepleegd. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld voor witwassen van circa €10.000. Gezien de ernst van de feiten legde het hof een gevangenisstraf van 4 maanden op, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, zonder bijzondere voorwaarden.
Het hof hechtte groot belang aan de bescherming van politici in een democratische rechtsstaat en erkende de impact van de bedreiging op het slachtoffer en haar omgeving. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 februari 2022.