ECLI:NL:GHAMS:2022:3272
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkracht bij schulden en zorgregeling
Partijen zijn de ouders van twee minderjarige kinderen en hebben tot de zomer van 2018 een relatie gehad. De rechtbank had eerder een bijdrage in kinderalimentatie vastgesteld, maar partijen kwamen financieel niet tot overeenstemming. De man kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank waarin een bijdrage per kind per maand werd vastgesteld.
Het hof heeft de draagkracht van de man beoordeeld aan de hand van zijn netto besteedbaar inkomen en heeft rekening gehouden met zijn schuldenlast, waaronder een schuld aan de Belastingdienst en aflossingen aan een gerechtsdeurwaarder. De man had ook reiskosten vanwege de zorgregeling. Het hof heeft deze kosten deels in mindering gebracht op de alimentatieplicht.
De zorgkorting werd toegepast, maar vanwege het tekort aan gezamenlijke draagkracht werd het tekort gelijkelijk verdeeld over beide ouders. De man kreeg toestemming om achterstallige alimentatie in maandelijkse termijnen te voldoen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof stelde nieuwe maandelijkse bijdragen vast voor verschillende perioden tot de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man werd bepaald.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt de kinderalimentatiebijdrage van de man vast met aangepaste bedragen rekening houdend met schulden en reiskosten, en staat betaling van achterstallige bijdragen in termijnen toe.