ECLI:NL:GHAMS:2022:3350
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vader niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen afwijzing verlenging ondertoezichtstelling minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2022, waarin het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van zijn minderjarige kind werd afgewezen. De ondertoezichtstelling was oorspronkelijk ingesteld in 2016 en meerdere malen verlengd tot 23 mei 2022. De gecertificeerde instelling (GI) had om verlenging gevraagd, maar dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen.
De vader, die sinds december 2020 geen gezag meer over het kind uitoefent, stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat de ondertoezichtstelling verlengd moest worden. Tijdens de mondelinge behandeling op 17 november 2022 was de GI niet aanwezig, wel waren de advocaten van beide ouders en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig.
Het hof oordeelde dat de vader, omdat hij geen gezag meer heeft, niet als belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden beschouwd. Hierdoor ontbrak hem de bevoegdheid om hoger beroep in te stellen tegen de beslissing tot afwijzing van de verlenging van de ondertoezichtstelling. Daarom verklaarde het hof de vader niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de ondertoezichtstelling.