Uitspraak
zonder vaste woonplaats,
gevestigd te Eindhoven,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.De prejudiciële procedure
3.Beantwoording van de prejudiciële vraag
De relatie tussen de moeder en de vader is verbroken in januari 2013.
uit dien hoofdede bevoegdheid toe hoger beroep in te stellen van een beslissing tot (verlenging van de) ondertoezicht-stelling. De omstandigheid dat de wetgever aan de niet met het gezag beklede ouder wel de bevoegdheid heeft toegekend een (verlenging van de) ondertoezichtstelling – een beperking van het gezag van de andere ouder – te verzoeken, doet daaraan, gelet op hetgeen in 3.3.5 is overwogen, niet af. In dit verband is van belang dat de wetgever een onderscheid heeft gemaakt tussen degenen die een verzoek kunnen doen en degenen die als belanghebbenden worden beschouwd.
4.Beslissing
12 september 2014.