ECLI:NL:GHAMS:2022:3358

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 november 2022
Publicatiedatum
28 november 2022
Zaaknummer
200.307.055/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:389 BWArt. 1:390 BWArt. 1:391 BWArt. 1:431 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing curatele en instelling bewind wegens verbeterde situatie betrokkene

Betrokkene is sinds 2019 onder curatele gesteld vanwege drank- en drugsmisbruik. Na verblijf in een opvang en deelname aan een methadonprogramma is zijn situatie sterk verbeterd. Betrokkene functioneert nu als 'functionerend gebruiker' en is bezig met afkickplannen en werk.

De kantonrechter wees het verzoek tot opheffing van de curatele af, maar betrokkene ging in hoger beroep. Zowel betrokkene als de curator erkennen de verbetering en stemmen in met omzetting van de curatele in een bewind.

Het hof oordeelt dat de curatele niet langer noodzakelijk is, maar dat bewindvoering nog wel vereist is vanwege de financiële situatie. Het hof heft de curatele op per 1 januari 2023 en stelt een bewind in met benoeming van een nieuwe bewindvoerder die betrokkene beter kan begeleiden.

Uitkomst: De curatele wordt opgeheven en een bewind ingesteld met benoeming van een nieuwe bewindvoerder per 1 januari 2023.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.307.055/01
zaaknummer rechtbank: 9349846 EB VERZ 21-10415
beschikking van de meervoudige kamer van 29 november 2022 in de zaak van
[de betrokkene] ,
wonende te [plaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de betrokkene,
advocaat: mr. N.S. van Es te Amsterdam.
Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt:
- [X] , h.o.d.n. [X] Bewindvoering te [plaats A] (hierna te noemen: de curator).

1.Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 19 november 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
De betrokkene is op 18 februari 2022 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking van 19 november 2021.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 17 augustus 2022 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en in aanwezigheid van [Y] , zijn begeleider bij opvanglocatie Gastenburgh;
- de curator.
2.3
Ter zitting in hoger beroep heeft mr. van Es een bereidverklaring om tot bewindvoerder van de betrokkene te worden benoemd, van [Z] , h.o.d.n. [XX] Bewindvoering te [plaats] , overgelegd.

3.De feiten

3.1
Betrokkene is geboren [in] 1957.
3.2
Bij beschikking van 13 augustus 2019 heeft de kantonrechter betrokkene onder curatele gesteld als gevolg van zijn gewoonte van drank- of drugsmisbruik, met benoeming van [X] tot curator.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van betrokkene tot opheffing van de curatele en het instellen van een bewind afgewezen.
4.2
De betrokkene verzoekt met vernietiging van de bestreden beschikking opnieuw zijn inleidende verzoeken alsnog toe te wijzen met benoeming van [Z] , h.o.d.n. [XX] Bewindvoering te [plaats] , als bewindvoerder.
4.3
De bewindvoerder heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader
5.1
Op grond van artikel 1:389 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter de curatele opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van de curatele niet zinvol is gebleken.
Op grond van artikel 1:431 lid 1 BW Pro kan de rechter een bewind instellen over één of meer van de goederen, die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren
a. voor een bepaalde of onbepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel
b. voor een bepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden.
De standpunten van de betrokkene en de curator
5.2
De betrokkene is van mening dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de grondslag voor de ondercuratelestelling nog aanwezig is en daarbij ten onrechte heeft gerefereerd aan haar eerdere eigen oordeel van 22 september 2020. Uit de verklaringen van verschillende begeleiders van betrokkene blijkt namelijk dat zijn situatie ten opzichte van 2020 sterk is verbeterd. Hij verblijft sinds november 2020 bij noodopvang de Gastenburgh van het Leger des Heils en is inmiddels een ‘functionerend gebruiker’. Dat laatste betekent dat hij dagelijks methadon ontvangt van de GGD en daarmee naar behoren kan functioneren. Hij heeft een dagbesteding en is in staat zichzelf te verzorgen met enige hulp van de ambulante begeleiding. Hij is zelfs bezig met het aanmelden bij een afkickkliniek om ook niet meer afhankelijk te zijn van de methadon. Daarna zou hij waarschijnlijk een baan kunnen krijgen bij Pantar.
Bij functionerend gebruikers is een ondercuratelestelling niet gebruikelijk en ook onnodig. Dat blijkt ook uit het feit dat de curator inmiddels fungeert als een bewindvoerder: er worden alleen nog financiële belangen behartigd. De betrokkene wil graag dat de curatele wordt omgezet in een bewind, met benoeming van [Z] tot bewindvoerder, omdat hij een klik met haar heeft en zij meer bij hem in de buurt zit dan de curator. Ten slotte had de betrokkene graag gezien dat de curator hem had aangemeld voor de schuldsanering.
5.3
De curator heeft ter zitting in hoger beroep beaamd dat de betrokkene sinds negen maanden stabiel is. De curator kan zich daarom vinden in het verzoek van de betrokkene om de curatele om te zetten in bewind. Financieel heeft de betrokkene namelijk nog wel hulp nodig. Inschrijving voor de schuldsanering is echter niet nodig, aangezien de schulden van de betrokkene beheersbaar en daarmee niet problematisch zijn. De curator begrijpt de wens van de betrokkene voor een bewindvoerder wat dichter bij huis en refereert zich daarom aan het oordeel van het hof.
Beoordeling
5.4
Het hof overweegt als volgt.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is het volgende gebleken.
De betrokkene staat sinds 13 augustus 2019 onder curatele in verband met zijn drugsverslaving. De betrokkene is in november 2020 uit zijn woning gezet en verblijft sindsdien bij dag- en nachtopvang voor dak- en thuislozen de Gastenburgh van het Leger des Heils. Hier ontvangt hij dagelijks begeleiding. Binnenkort zal hij op grond van een begeleid-wonen-beschikking verhuizen naar het Fleerde-project, waar hij eveneens ambulante begeleiding zal ontvangen. Inmiddels neemt betrokkene al enige tijd deel aan het GGD methadonprogramma waarvoor hij dagelijks langskomt voor een dosis methadon. Hierdoor is hij een ‘functionerend gebruiker’. In het kader van dit programma is de betrokkene voornemens om zich voor de duur van drie maanden te laten opnemen bij een afkickkliniek om ook van zijn afhankelijkheid van de methadon af te komen. Daarna wil hij gaan werken bij sociaal-ontwikkelbedrijf Pantar. Op dit moment neemt de betrokkene vijf dagen per week deel aan dagbesteding en ook in het weekend is hij naar eigen zeggen productief. De verschillende begeleiders van betrokkene zien dat het steeds beter met hem gaat, zo blijkt uit de verschillende door mr. van Es overgelegde brieven.
5.5
Gelet op het voorgaande ziet het hof aanleiding de curatele op te heffen, aangezien daar geen noodzaak meer toe bestaat. Overigens staat niet ter discussie dat een bewind nog wel nodig is. Betrokkene heeft namelijk nog schulden en hulp bij zijn financiën is nodig. Het hof zal een bewind instellen omdat betrokkene niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand.
Gelet op de voorkeur van betrokkene voor benoeming van [Z] als bewindvoerder en haar bereidverklaring daartoe, zal het hof ook dit verzoek van de betrokkene toewijzen.
5.6
Op grond van artikel 1:390 BW Pro worden alle uitspraken waarbij een curatele wordt verleend of opgeheven of waarbij een uitspraak tot ondercuratelestelling wordt vernietigd binnen tien dagen nadat zij kunnen worden ten uitvoer gelegd, door de griffier in de Staatscourant bekendgemaakt.
5.7
Het hof zal hierna voorts bepalen dat een kopie van deze beschikking wordt gezonden aan de griffier van de rechtbank te Amsterdam in verband met aantekening in het Centraal Curatele- en bewindregister.
5.8
Dit alles leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 19 november 2021, en opnieuw beschikkende:
heft de curatele over [de betrokkene] , geboren [in] 1957 te [geboorteplaats] , Suriname, op met ingang van 1 januari 2023;
stelt de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [de betrokkene] , geboren [in] 1957 te [geboorteplaats] , Suriname, onder bewind met ingang van 1 januari 2023;
benoemt tot bewindvoerder [Z] , h.o.d.n. [XX] Bewindvoering te [plaats] ;
bepaalt dat [Z] voor haar (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de betrokkene mag brengen;
bepaalt dat [X] vóór 1 januari 2023 eindrekening en verantwoording aflegt aan curandus en [Z] ten overstaan van de kantonrechter;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat deze uitspraak tot opheffing van de curatele en instelling van een bewind, binnen tien dagen nadat deze ten uitvoer kan worden gelegd, op de voet van artikel 1:390 BW Pro door de griffier bekend wordt gemaakt in de Staatscourant;
draagt de griffier op om op de voet van artikel 1: 391 BW een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de rechtbank Amsterdam, in verband met aantekening in het Centraal Curatele- en bewindregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, mr. A.N. van de Beek en mr. M.E. Burger, in tegenwoordigheid van mr. W.J. Boon als griffier en is op 29 november 2022 in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer.