Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
,het door haar verzochte toe te wijzen, kosten rechtens
.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2013 gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben vier minderjarige kinderen. Het huwelijk is in 2019 ontbonden, met peildatum 20 juni 2018 voor de omvang van de gemeenschap. De man vordert in hoger beroep onder meer vergoeding van 50% van huurinkomsten uit de exploitatie van de B&B door de vrouw en betaling van een gebruiksvergoeding voor het exclusieve gebruik van de woning.
Het hof overweegt dat de man geen aanspraak kan maken op verrekening van de huurinkomsten over de periode tot en na de peildatum, omdat de vrouw aannemelijk heeft gemaakt dat deze inkomsten zijn besteed aan het gezin en de kosten van de huishouding. Wel veroordeelt het hof de vrouw tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 5.000,- over de periode van na de ontbinding tot de verkoop van de woning.
Verder worden de aandelen in de BV aan de man toegekend en blijft de vrouw voor de helft draagplichtig voor de rekening-courantschuld. Daarnaast worden bankrekeningen op naam van de vrouw verdeeld, waarbij zij de helft van de positieve saldi aan de man moet vergoeden en partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor het negatieve saldo op een PayPal-rekening.
Alle overige vorderingen van partijen worden afgewezen. De beschikking van de rechtbank wordt in zoverre bekrachtigd en aangevuld.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de vrouw tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 5.000,- en bepaalt de verdeling van de rekening-courantschuld en bankrekeningen, terwijl verrekening van huurinkomsten wordt afgewezen.