ECLI:NL:GHAMS:2022:3433
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voorlopige omgangsregeling vastgesteld voor tweejarig kind met vader
De moeder en vader van een tweejarig kind zijn het grotendeels eens geworden over een omgangsregeling na beëindiging van hun relatie kort na de geboorte van het kind. De moeder oefent het gezag uit en het kind woont bij haar. De rechtbank had een voorlopige omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader elke zaterdag omgang had van 8.00 tot 19.30 uur.
De moeder verzocht om kortere omgangstijden die beter aansluiten bij het slaapritme van het kind, terwijl de vader langere omgangsperiodes wilde vanwege de afstand en reistijd. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een regeling met omgang eens per twee weken in het weekend en een wekelijks contact doordeweeks.
Tijdens de zitting in hoger beroep kwamen de ouders overeen dat het kind eens per twee weken in het weekend bij de vader verblijft met één overnachting, en doordeweeks via videobellen contact heeft. Het hof stelde een voorlopige omgangsregeling vast waarbij het kind van vrijdagmiddag tot zondagmiddag bij de vader verblijft, met videobelcontact op maandag, woensdag en donderdag. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt totdat de rechtbank definitief beslist.
Uitkomst: Het hof stelt een voorlopige omgangsregeling vast waarbij het kind eens per twee weken van vrijdagmiddag tot zondagmiddag bij de vader verblijft en doordeweeks via videobellen contact heeft.