ECLI:NL:GHAMS:2022:3444
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing huurrecht aan moeder en behoud gezamenlijk gezag ondanks verstoorde verhoudingen
Partijen zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag. De moeder heeft de hoofdverblijfplaats van de kinderen en verzorgt het grootste deel van de zorg. De man is dakloos en woont grotendeels in Turkije, terwijl hij in Nederland een uitkering ontvangt en ondersteuning krijgt bij het zoeken naar woonruimte.
Het geschil betreft de toewijzing van het huurrecht van de woning en het gezag over de kinderen. Het hof weegt de belangen af en oordeelt dat het belang van de moeder en kinderen bij behoud van de woning zwaarder weegt dan dat van de man. Het huurrecht wordt daarom aan de moeder toegekend.
Ten aanzien van het gezag bevestigt het hof het gezamenlijk gezag, ondanks de moeizame verstandhouding en communicatieproblemen tussen ouders. Er is geen onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem raken tussen de ouders en geen noodzaak voor eenhoofdig gezag. Het hof benadrukt het belang van verbetering van de communicatie en respect tussen ouders, en adviseert hulpverleningstrajecten te volgen.
De kinderen zelf uiten de wens dat de moeder het gezag krijgt, maar begrijpen ook het belang van gezamenlijke inspanningen van de ouders. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikkingen en geeft praktische adviezen voor verbetering van de situatie in het belang van de kinderen.
Uitkomst: Het hof wijst het huurrecht toe aan de moeder en bevestigt het gezamenlijk gezag over de kinderen.