Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.de vennootschap onder firma [geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
“Wegens einde huurcontract onbeschadigd en werkend aanwezig in het pand:
- Raambekleding
- Raamfolie
- Airconditioning, inclusief afstandbediening
- Alarminstallatie
- Koelkast merk Bauknecht
- Magnetron merk Whirlpool
- Diverse Ikea serviesgoed
- Vloerbedekking
- Pantry met bovenkast en planken
- Hangend kastje en planken in toiletruimte
- Medicijnkastje in toiletruimte
(…)
- alarm niet getest
- muur bij de meterkast grote waterschade
- 6 lampen stuk (aan het plafond)
(…)”.
3.Beoordeling
grieven 1, 2 en 4zijn gericht tegen de overwegingen 19 en 20 van het bestreden tussenvonnis. Deze overwegingen luiden, voor zover van belang, als volgt:
grieven 3 en 5komt [appellante] op tegen de overwegingen 22 en 23 van het bestreden tussenvonnis, die, voor zover van belang, als volgt luiden:
niet toewijsbaar. (…)”