ECLI:NL:GHAMS:2022:3480
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling levensgezel wegens ontbreken bewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 5 januari 2022, waarin verdachte werd veroordeeld wegens mishandeling van zijn levensgezel op of omstreeks 18 juli 2021 te Amsterdam. De tenlastelegging betrof het meermalen slaan met een vuist in het gezicht van het slachtoffer.
Tijdens het hoger beroep op 24 november 2022 werd het bewijs opnieuw onderzocht. Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal, die vrijspraak bepleitte omdat niet kon worden bewezen dat het slachtoffer pijn of letsel had geleden. De raadsman van verdachte voerde eveneens aan dat vrijspraak op andere gronden op zijn plaats was.
Het hof oordeelde dat het bewijs niet voldeed aan de vereiste mate van zekerheid voor een bewezenverklaring. Het slachtoffer had verklaard dat verdachte haar niet had geslagen, en er was geen ander overtuigend bewijs. Daarom werd het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van mishandeling.