Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
doch niet eerder dan na verkoop en levering van het door [erflaatster] bewoonde appartement.”
Het is voorts mijn uitdrukkelijke wens dat bij de gesprekken welke benodigd zijn tussen de notaris, welke is betrokken bij afwikkeling van mijn nalatenschap, en/of de executeur(s) de echtgenoot van mijn voornoemde dochter [naam 4] [hof: mr. Zevenbergen] niet aanwezig zal zijn.”
Hoewel de raad begrip heeft voor de spagaat waarin [de notaris] verkeert, betekent het enkele feit dat het de wens van de erflater is geweest dat [mr. Zevenbergen] als schoonzoon niet deelneemt aan de gesprekken over de verdeling van de nalatenschap, niet dat hij dan ook niet als advocaat van zijn echtgenote hierin mag optreden, los van de vraag of optreden voor directe familieleden wel verstandig is. Tegenover de vrije advocaatkeuze van [klaagster], heeft [de notaris] onvoldoende concreet gemaakt op welke wijze [mr. Zevenbergen] in zijn rol van advocaat van zijn echtgenote in dit concrete geval de integriteit van de beroepsgroep exact heeft geschaad. Hoewel de raad de onderhavige tussen partijen ontstane situatie zeer ongelukkig acht, is het de raad niet gebleken dat [mr. Zevenbergen] tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld jegens [de notaris]. De raad acht dit klachtonderdeel dan ook ongegrond.”