ECLI:NL:GHAMS:2022:3502
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep op afwijzing verzoek tot opheffing beschermingsbewind wegens geestelijke toestand
Betrokkene, geboren in 1945, verzocht om opheffing van het beschermingsbewind dat sinds 2017 is ingesteld vanwege zijn geestelijke of lichamelijke toestand. De kantonrechter had het verzoek afgewezen en het bewind gewijzigd van verkwisting naar geestelijke toestand als grond.
In hoger beroep stelde betrokkene dat hij zijn financiën zelf kan beheren en dat hij hulp kan krijgen van zijn schoonzoon. De bewindvoerder betoogde dat betrokkene vergeetachtig is, regelmatig meer geld uitgeeft dan beschikbaar, en onvoldoende overzicht heeft over zijn financiële situatie.
Het hof concludeerde dat betrokkene niet in staat is zijn beperkte inkomen over langere tijd te beheren, mede door vergeetachtigheid en gebrek aan inzicht in zijn financiën. Het persoonlijke netwerk is beperkt en biedt onvoldoende bescherming tegen hernieuwde schulden. Daarom is voortzetting van het bewind noodzakelijk en zinvol.
Het hof verklaarde het hoger beroep ontvankelijk, maar wees het verzoek tot opheffing af en bekrachtigde de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het beschermingsbewind af en bekrachtigt de bestreden beschikking.