Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,
Gerechtshof Amsterdam
De man en vrouw zijn in 2014 gehuwd en in 2022 gescheiden. De man lijdt aan MS en epileptische aanvallen en woont sinds 2020 niet meer in de aangepaste sociale huurwoning die aan partijen is toegewezen vanwege zijn beperkingen. De vrouw woont daar met haar vier kinderen uit een eerdere relatie.
De man, vertegenwoordigd door bewindvoerders, verzoekt in hoger beroep dat hij huurder wordt van de woning, vanwege zijn medische noodzaak en gebrek aan alternatieve woonruimte. De vrouw verzet zich en wil met haar kinderen in de woning blijven wonen.
Het hof weegt de belangen af en concludeert dat hoewel de woning vanwege de man is toegewezen, het belang van de vrouw met haar gezin zwaarder weegt. De vrouw heeft een beperkt netwerk en het is moeilijk vervangende woonruimte te vinden voor vijf personen. De man kan bij familie terecht en verwacht met begeleiding zelfstandig te kunnen wonen.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank dat de vrouw huurder blijft van de woning en wijst het verzoek van de man af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man af en bekrachtigt dat de vrouw huurder blijft van de woning.